Bijna elke Belg komt ooit in aanraking met de politierechtbank, en bijna niemand weet vooraf hoe ze werkt. Eén misverstand keert steeds terug: er bestaat in België geen verkeersrechtbank. Verkeerszaken worden behandeld door de politierechtbank, die veel ruimere bevoegdheden heeft dan haar naam doet vermoeden.
Waarvoor is de politierechtbank bevoegd?
Strafrechtelijk behandelt zij de misdrijven van de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten, en daarnaast de onopzettelijke doding en de onopzettelijke slagen en verwondingen die het gevolg zijn van een verkeersongeval (artikel 138 Wetboek van strafvordering). Voor feiten vanaf 1 september 2026 heten die laatste misdrijven “doding in het verkeer” (artikel 107 Strafwetboek) en “het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer” (artikel 218 Strafwetboek). Ook een dodelijk ongeval komt dus in de regel voor de politierechter, niet voor de correctionele rechtbank. Dat is een van de meest hardnekkige misverstanden in dit domein.
Burgerrechtelijk behandelt zij alle vorderingen tot vergoeding van schade uit een verkeersongeval, ongeacht het bedrag (artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek). De schadeclaim van het slachtoffer en de strafzaak tegen de bestuurder komen daardoor vaak voor dezelfde rechter.
Daarnaast oordeelt de politierechtbank onder meer over het beroep tegen een bevel tot betalen na een onbetaalde verkeersboete (artikel 65/1 Wegverkeerswet) en over het beroep tegen gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes, artikel 31 van de wet van 24 juni 2013).
Wanneer wordt het toch de correctionele rechtbank?
Wanneer het verkeersmisdrijf samenhangt met feiten die buiten de bevoegdheid van de politierechtbank vallen. Denk aan een vluchtmisdrijf in combinatie met drugshandel, aan opzettelijke slagen na een verkeersincident, of aan diefstal van het voertuig. Dan beoordeelt de correctionele rechtbank het geheel.
De procedure blijft grotendeels dezelfde, en elk misdrijf behoudt de straf die de wet ervoor bepaalt. Toch is het onderscheid geen formaliteit: de rechter beoordeelt dan ook de zwaardere feiten, en die wegen mee op de strafmaat en op uw strafregister.
Wie zit er in de zaal?
- De politierechter, die alleen zetelt. Hij beoordeelt de schuld én de straf, en beslist ook over de burgerlijke belangen.
- Het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door de procureur des Konings of een substituut. Het vordert in naam van de samenleving en vraagt een straf. Het treedt niet op tegen u persoonlijk, maar bewaakt het algemeen belang en kan zelf hoger beroep instellen tegen een vonnis dat het te mild vindt.
- De griffier, die de rechter bijstaat en het verloop van de zitting optekent. Bij de griffie levert u na een veroordeling tot verval van het recht tot sturen ook uw rijbewijs in.
- De advocaten van de beklaagde en van de eventuele burgerlijke partij, en soms van de verzekeraar, die in het strafproces kan tussenkomen.
Hoe verloopt een zitting voor de politierechtbank?
De zaken worden één voor één afgeroepen; op de eerste zitting wordt een zaak vaak uitgesteld, bijvoorbeeld om het dossier in te zien. Wordt de zaak behandeld, dan zet het openbaar ministerie de feiten uiteen en vordert het een straf. Vraagt een slachtoffer schadevergoeding, dan komt vervolgens de burgerlijke partij aan het woord. Daarna pleit de verdediging, eerst over de schuldvraag als die betwist wordt, en in elk geval over de strafmaat.
Als beklaagde krijgt u altijd het laatste woord. De rechtbank doet uitspraak op de zitting zelf of neemt de zaak in beraad en spreekt het vonnis later uit.
U mag zich in verkeerszaken laten vertegenwoordigen door uw advocaat. Eén uitzondering: wanneer de rechter uw persoonlijke verschijning beveelt. Ook voor een werkstraf volstaat vertegenwoordiging: die straf vereist uw instemming, maar die kunt u in persoon of via uw advocaat geven (artikel 45 Strafwetboek). Lees ook of u persoonlijk moet verschijnen voor de politierechtbank.
Welke straffen kan de politierechter opleggen sinds 1 september 2026?
Sinds 1 september 2026 geldt het nieuwe Strafwetboek, en de straffen van de Wegverkeerswet zijn omgezet in strafniveaus. De meeste verkeersmisdrijven zijn van niveau 1: geldboete, werkstraf, probatiestraf, verbeurdverklaring of veroordeling bij schuldigverklaring, maar geen gevangenisstraf. Rijden zonder rijbewijs, rijden tijdens een verval en herhaling van rijden onder invloed binnen drie jaar zijn misdrijven van niveau 2, waarvoor ook een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar mogelijk is. Daarnaast kan, en soms moet, de rechter een verval van het recht tot sturen uitspreken.
Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijven de vroegere straffen van toepassing, tenzij de nieuwe wet milder is (artikel 2 Strafwetboek). Meer uitleg vindt u bij het nieuwe Strafwetboek in verkeerszaken en bij opschorting, uitstel en werkstraf.
De taal van de procedure
De taal van de rechtspleging hangt af van de bevoegde rechtbank, en dus in de regel van de plaats van de feiten. De politierechtbanken van Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst werken in het Nederlands; in het Brusselse gewest bestaan er een Nederlandstalige en een Franstalige politierechtbank, en daar hangt de taal in de regel af van uw woonplaats of, als u in een Brusselse gemeente woont, van de taal van uw verklaringen in het (voor)onderzoek (artikel 16, § 1 van de wet van 15 juni 1935). Onder de voorwaarden van de taalwetgeving (onder meer de artikelen 16, § 2 en 23 van die wet) kunt u vragen dat uw zaak in de andere landstaal wordt behandeld.
Voor de rechtbank wordt dat verzoek ter zitting gedaan; in Brussel kan het ook al tijdens het vooronderzoek of het gerechtelijk onderzoek (artikel 16, § 2). Voor wie zich in zijn eigen taal wil verdedigen, is dat geen detail, maar het brengt ook uitstel mee. Weeg dat af met uw advocaat en lees meer over de taalwijziging voor de politierechtbank.
Welke politierechtbank is bevoegd?
De bevoegde rechtbank is in de regel die van de plaats van de feiten. Voor onze cliënteel gaat het meestal om de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven of Aalst. Elke rechtbank heeft haar eigen gewoonten inzake strafmaat en zittingsverloop: kennis die u alleen opdoet door er wekelijks te pleiten.
Veelgestelde vragen over de politierechtbank
Komt een dodelijk verkeersongeval voor de politierechtbank?
In de regel wel. Vooral bij samenhang met andere misdrijven, zoals opzettelijke slagen, gaat de zaak naar de correctionele rechtbank. Meer uitleg vindt u op onze pagina over een dodelijk verkeersongeval.
Wat gebeurt er als ik niet verschijn en niet vertegenwoordigd ben?
Dan kan de rechter u bij verstek veroordelen. Tegen een verstekvonnis kunt u in de regel verzet doen binnen 15 dagen na de betekening ervan. Die termijn is kort: neem meteen contact op met een advocaat.
Kan ik in beroep gaan tegen een vonnis van de politierechtbank?
Ja. In strafzaken stelt u hoger beroep in binnen 30 dagen na de uitspraak van een tegensprekelijk vonnis; de correctionele rechtbank oordeelt dan in hoger beroep. Lees meer over verzet of hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank.
Novex Advocaten staat u bij voor de politierechtbank
Wij verschijnen voor de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst, in het Nederlands en in het Frans. Het gesprek met u kan ook in het Engels of in het Arabisch verlopen. Bezorg ons uw dagvaarding of proces-verbaal voor een eerlijke inschatting.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Meer over onze aanpak: advocaat verkeersrecht in Brussel.
Bronnen
- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de politierechtbanken (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor