Rijden onder invloed van alcohol is een van de meest voorkomende feiten voor de Belgische politierechtbanken. De gevolgen reiken verder dan de geldboete: een rijverbod, herstelexamens en een alcoholslot wegen vaak zwaarder door dan het bedrag dat u moet betalen. Sinds 1 september 2026 gelden bovendien de strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek. Hieronder leest u wat de wet precies bepaalt en waar de verdediging ruimte heeft.
De grenswaarden: vanaf wanneer bent u strafbaar?
- 0,22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht (0,5 promille in het bloed) is de algemene grens. Die geldt ook voor beginnende bestuurders.
- 0,09 mg/l (0,2 promille) geldt voor wie een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs van de categorie C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E of D+E vereist is, en voor wie personen vervoert met een voertuig waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden, zoals een taxi (artikel 34, § 3, Wegverkeerswet).
- Vanaf 0,35 mg/l (0,8 promille) geldt de zwaarste strafmaat, die van artikel 34, § 2.
De vaststelling verloopt in twee stappen: een ademtest en, als die positief is, een ademanalyse (artikelen 59 en volgende Wegverkeerswet). In de gevallen die de wet bepaalt, kan een bloedproef volgen. Welke grens voor u geldt, leest u in ons artikel over de alcohollimiet in het verkeer.
Straffen voor rijden onder invloed van alcohol
Sinds 1 september 2026 bestraft de Wegverkeerswet alcoholfeiten met een strafniveau van het nieuwe Strafwetboek en een eigen geldboete. De bedragen in de tabel zijn de werkelijke bedragen, opdeciemen inbegrepen, voor feiten vanaf die datum.
| Feit | Strafniveau | Geldboete | Verval van het recht tot sturen |
|---|---|---|---|
| 0,22 tot 0,35 mg/l (artikel 34, § 1) | niveau 1 | 250 tot 5.000 euro | mogelijk |
| Vanaf 0,35 mg/l of weigering (artikel 34, § 2) | niveau 1 | 2.000 tot 20.000 euro | mogelijk |
| Dronkenschap (artikel 35) | niveau 1 | 2.000 tot 20.000 euro | verplicht, minstens één maand |
| Herhaling binnen drie jaar (artikel 36) | niveau 2 | 4.000 tot 50.000 euro | verplicht, minstens drie maanden en vier herstelexamens |
Tussen 0,22 en 0,35 mg/l
De wet voorziet een geldboete van 200 tot 4.000 euro (artikel 34, § 1). Met de opdeciemen is dat 250 tot 5.000 euro. In de praktijk stelt de politie een onmiddellijke inning voor: sinds 1 juli 2026 bedraagt die 197 euro voor wie net boven 0,5 promille blaast (daarvoor 179 euro), te verhogen met een administratieve toeslag van 10,67 euro. Betaalt u, dan is de zaak in de regel afgehandeld.
Vanaf 0,35 mg/l
Hier voorziet artikel 34, § 2 een geldboete van 1.600 tot 16.000 euro. Sinds 1 september 2026 worden de bedragen van de Wegverkeerswet voor de opdeciemen met 1,25 vermenigvuldigd, zodat het werkelijke bedrag tussen 2.000 en 20.000 euro ligt, te verhogen met de gerechtskosten. Beide schijven zijn misdrijven van niveau 1 van het nieuwe Strafwetboek: een gevangenisstraf is uitgesloten, en in plaats van een geldboete kan de rechter onder meer een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf opleggen.
Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft de toenmalige regeling gelden, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Voor die oudere feiten bedroeg de werkelijke geldboete vanaf 0,35 mg/l 1.600 tot 16.000 euro, of 2.000 tot 20.000 euro voor feiten tussen 1 februari en 31 augustus 2026.
Ook vanaf 0,35 mg/l kan de politie nog een onmiddellijke inning voorstellen — sinds 1 juli 2026 462 euro van 0,35 tot minder dan 0,44 mg/l en 636 euro van 0,44 tot minder dan 0,50 mg/l, telkens te verhogen met de administratieve toeslag — maar vanaf 0,50 mg/l voorziet het koninklijk besluit van 19 april 2014 geen onmiddellijke inning meer, en bij herhaling of na een ongeval volgt in de regel een dagvaarding. Wat u dan doet, leest u in ons artikel over een dagvaarding voor de politierechtbank.
Dezelfde strafmaat geldt voor wie opzettelijk weigert zich aan de ademtest of de ademanalyse te onderwerpen, of zonder wettige reden opzettelijk weigert een bloedproef te laten nemen (artikel 34, § 2, 3°). Een weigering is dus geen uitweg: ze wordt bestraft alsof u boven 0,8 promille reed.
Herhaling binnen drie jaar
Wie binnen drie jaar na een veroordeling wegens alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l, weigering, dronkenschap of drugs in het verkeer opnieuw zo’n misdrijf pleegt, riskeert een straf van niveau 2 — onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar — en een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro (artikel 36). Bij een nieuwe herhaling kan dat oplopen tot een straf van niveau 3, met een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar, en een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro. Voor feiten van vóór 1 september 2026 was bij herhaling een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar mogelijk.
Dronkenschap is iets anders
Dronkenschap of een soortgelijke staat, onder meer door drugs of geneesmiddelen, wordt apart bestraft in artikel 35: een straf van niveau 1 met een geldboete van 2.000 tot 20.000 euro, én een verplicht verval van het recht tot sturen van minstens één maand tot vijf jaar of voorgoed. Anders dan bij alcoholintoxicatie moet de rechter bij een veroordeling dus een verval uitspreken, al kan hij het met uitstel koppelen (artikel 65 Strafwetboek), mits minstens acht dagen effectief worden uitgevoerd (artikel 41 Wegverkeerswet). Dronkenschap wordt vastgesteld op basis van uiterlijke tekenen, niet op basis van een meting.
Uw rijbewijs: drie maatregelen die u niet mag verwarren
- Het tijdelijk rijverbod. Wie positief test, mag sinds 1 juli 2026 steeds twaalf uur niet rijden. Voordien varieerde die duur van twee tot twaalf uur naargelang de intoxicatie. U mag pas opnieuw rijden nadat een nieuwe ademtest of ademanalyse minder dan 0,22 mg/l aangeeft; anders wordt het verbod met twaalf uur verlengd (artikel 60, § 5 Wegverkeerswet).
- De onmiddellijke intrekking. In de gevallen die artikel 55 opsomt, kan het parket uw rijbewijs onmiddellijk intrekken voor vijftien dagen; bij alcohol kan dat wettelijk vanaf 0,35 mg/l. Op grond van een omzendbrief van de minister van Justitie hanteren de parketten intussen in het hele land een drempel van 0,35 mg/l (voordien in de regel 0,50 mg/l). De procureur kan de politierechtbank vragen de intrekking te verlengen met ten hoogste drie maanden (artikel 55bis). Dit is geen straf maar een voorlopige maatregel: lees hoe u uw rijbewijs terugkrijgt na een onmiddellijke intrekking.
- Het verval van het recht tot sturen. Dat is de eigenlijke straf, uitgesproken door de rechter, van acht dagen tot vijf jaar (artikel 38, § 1). Hoe u het kunt vermijden of beperken, leest u in ons artikel over een rijverbod vermijden.
Herstelexamens na rijden onder invloed
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van vier proeven: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek (artikel 38, § 3). Sinds 1 januari 2026 kan hij daarnaast een specifieke opleiding opleggen, die het theoretisch of praktisch examen kan aanvullen of vervangen.
In twee gevallen heeft hij geen keuze:
- Herhaling. Wie binnen drie jaar na een vorige veroordeling opnieuw een van de zwaardere verkeersmisdrijven pleegt, krijgt verplicht een verval van minstens drie maanden en de vier herstelexamens (artikel 38, § 6). Bij een tweede herhaling wordt dat zes maanden, bij een derde negen maanden.
- Beginnende bestuurders. Wie nog geen twee jaar houder is van een rijbewijs B, krijgt verplicht een verval en minstens het theoretisch of praktisch examen opgelegd (artikel 38, § 5).
Hoe de examens verlopen en wat ze kosten, leest u in ons artikel over de herstelexamens na een rijverbod.
Het alcoholslot
Bij een veroordeling op grond van artikel 34, § 2 (onder meer alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l), wegens dronkenschap of wegens herhaling (artikel 36) kan de rechter de geldigheid van uw rijbewijs beperken tot voertuigen met een alcoholslot, voor één tot drie jaar of voorgoed, op voorwaarde dat u het omkaderingsprogramma volgt (artikel 37/1, § 1).
Vanaf 0,78 mg/l uitgeademde lucht (1,8 promille) is het alcoholslot in beginsel verplicht: legt de rechter het niet op, dan moet hij dat uitdrukkelijk motiveren. Bij herhaling na een veroordeling op grond van artikel 34, § 2 geldt een alcoholslotverplichting al wanneer de meting telkens minstens 0,50 mg/l (1,2 promille) bedraagt. Reken voor het volledige programma op ongeveer 3.600 tot 4.000 euro.
Twee zaken worden vaak vergeten. De rechter kan gemotiveerd bepaalde voertuigcategorieën buiten de beperking houden, en hij kan de geldboete verminderen met de kosten van de installatie, het gebruik en het omkaderingsprogramma (artikel 37/1, §§ 2 en 3). Rijden zonder het opgelegde alcoholslot is een apart misdrijf, bestraft met een straf van niveau 2 — onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar — en een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro (artikel 37/1, § 4). Meer leest u in ons artikel over het alcoholslot in België.
Verdediging bij rijden onder invloed: waar wij aanzetten
Een ademanalyse is aan strikte vormvoorschriften onderworpen. Wij gaan systematisch na of het toestel gehomologeerd en geijkt was, of u op uw recht op een tweede analyse en op een tegenexpertise werd gewezen, of de bloedproef correct werd afgenomen en bewaard, en of de vaststellingen in het proces-verbaal elkaar niet tegenspreken. Elk van die punten kan de bewijswaarde van de meting onderuithalen.
Staat het resultaat vast, dan verschuift het debat naar de straf. Opschorting van de uitspraak (artikel 64 Strafwetboek), uitstel, ook voor het verval (artikel 65), een werkstraf of een veroordeling bij schuldigverklaring zijn reële mogelijkheden. De rechter kan het verval ook enkel tijdens het weekend laten lopen of het beperken tot bepaalde voertuigcategorieën, behalve bij een alcoholslot of wanneer hij herstelexamens oplegt (artikel 38, § 2bis en artikel 45 Wegverkeerswet). Hij kan bij de geldboete ook rekening houden met uw financiële draagkracht (artikel 52, § 2 Strafwetboek).
Die mogelijkheden krijgt enkel wie ze vraagt en staaft. Wie leeft van zijn rijbewijs, brengt dat het best met stukken aan: een werkgeversattest, loonfiches, een overzicht van de verplaatsingen. Meer over de mildere straffen leest u in ons artikel over opschorting, uitstel en werkstraf.
Veelgestelde vragen
Mag ik een ademtest weigeren?
Nee. Wie opzettelijk weigert, wordt gestraft alsof hij boven 0,8 promille reed: een straf van niveau 1 met een geldboete van 2.000 tot 20.000 euro (artikel 34, § 2, 3°). Een weigering levert dus niets op.
Riskeer ik een gevangenisstraf voor rijden onder invloed van alcohol?
Voor een eerste feit vanaf 1 september 2026 niet: alcoholintoxicatie en dronkenschap zijn misdrijven van niveau 1, zonder gevangenisstraf. Die wordt wel mogelijk bij herhaling binnen drie jaar of bij rijden zonder het opgelegde alcoholslot (niveau 2). Bij een ongeval met doden of gewonden komen daar de misdrijven doding in het verkeer (artikel 107 Strafwetboek) of integriteitsaantasting in het verkeer (artikel 218) bij, met zwaardere straffen.
Kan ik mijn rijbewijs houden voor mijn werk?
Een beperkt rijverbod dat beroepsmatig rijden toelaat, bestaat in België niet. De rechter kan het verval wel met uitstel koppelen (minstens acht dagen blijven effectief), het enkel in het weekend laten lopen of het beperken tot bepaalde voertuigcategorieën. Hoe beter u met stukken aantoont dat u van uw rijbewijs afhangt, hoe sterker uw pleidooi.
Wat als ik de onmiddellijke inning niet betaal?
Dan kan het parket u een minnelijke schikking voorstellen. Betaalt u ook die niet, dan kan de procureur een bevel tot betalen uitvaardigen, verhoogd met 35 %, waartegen u binnen dertig dagen beroep kunt instellen bij de politierechtbank (artikel 65/1 Wegverkeerswet). Het parket kan u ook dagvaarden. Lees meer over de minnelijke schikking in verkeerszaken.
Novex Advocaten staat u bij
Bezorg ons uw proces-verbaal of dagvaarding, dan weet u snel welke straf realistisch is en welke argumenten uw dossier draagt. Wij pleiten voor de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst, in het Nederlands en het Frans. Het gesprek met u voeren wij ook in het Engels of het Arabisch. Meer over onze aanpak vindt u op de pagina advocaat alcohol achter het stuur.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Bronnen
- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), geconsolideerde tekst op Justel, artikelen 34 tot 38, 55 en 55bis (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, artikelen 2, 36, 52, 64 en 65 (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de politierechtbanken
Meer over onze aanpak: advocaat alcohol achter het stuur.
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor