Nieuw Strafwetboek sinds 1 september 2026: wat verandert er voor verkeersovertredingen?

Sinds 1 september 2026 geldt een nieuw Strafwetboek in het verkeer en in alle andere strafzaken. Voor het verkeer verandert het grotendeels niet wat strafbaar is, maar wel hoe de straffen worden uitgedrukt en welke straffen de politierechter kan kiezen. Kreeg u een proces-verbaal, een dagvaarding voor de politierechtbank of een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs voor feiten vanaf die datum, dan leest u hieronder wat er concreet verandert. Voor feiten van vóór 1 september 2026 gelden de oude straffen, met één belangrijke correctie die wij verderop bespreken.

Nieuw Strafwetboek in het verkeer: van gevangenisstraf en geldboete naar strafniveaus

Het nieuwe Strafwetboek deelt alle misdrijven in acht strafniveaus in. Voor het verkeer zijn vooral de eerste drie van belang. De wet van 25 mei 2026 heeft de straffen van de Wegverkeerswet naar die niveaus omgezet.

  • Niveau 1: de rechter kiest één van de volgende straffen: een geldboete, een werkstraf van 20 tot 120 uur, een probatiestraf van 6 tot 12 maanden, een verbeurdverklaring of een veroordeling bij schuldigverklaring. Een gevangenisstraf is op dit niveau uitgesloten.
  • Niveau 2: een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar, een straf onder elektronisch toezicht van 1 maand tot 1 jaar, een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur, een probatiestraf van meer dan 12 tot 24 maanden of een schuldigverklaring. Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter afdalen naar niveau 1.
  • Niveau 3: een gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar.

Het verval van het recht tot sturen, de herstelexamens en het alcoholslot blijven bestaan en komen bovenop de hoofdstraf. Bij een misdrijf van niveau 1 kan de rechter bij verzachtende omstandigheden zelfs enkel de bijkomende straf uitspreken, bijvoorbeeld het verval van het recht tot sturen.

Welk strafniveau geldt voor welke verkeersovertreding

De meeste verkeersmisdrijven zijn van niveau 1. Enkele zwaardere feiten zitten op niveau 2 of 3. De bedragen hieronder zijn de werkelijke geldboeten, opdeciemen inbegrepen.

Strafniveaus voor verkeersmisdrijven gepleegd vanaf 1 september 2026
MisdrijfNiveauGeldboete (werkelijk bedrag)
Snelheidsovertreding (art. 29 § 3)1100 tot 5.000 euro
Alcoholintoxicatie van 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l (art. 34 § 1)1250 tot 5.000 euro
Alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l, weigering van de ademtest (art. 34 § 2) en dronkenschap (art. 35)12.000 tot 20.000 euro
Drugs in het verkeer, eerste feit (art. 37bis § 1)12.000 tot 20.000 euro
Vluchtmisdrijf met stoffelijke schade (art. 33 § 1)12.000 tot 20.000 euro
Vluchtmisdrijf met gewonden (niveau 2) of met een dode (niveau 3) (art. 33 § 2)2 of 34.000 tot 50.000 euro
Rijden zonder rijbewijs (art. 30 § 1)22.000 tot 20.000 euro
Rijden tijdens een verval van het recht tot sturen (art. 48)25.000 tot 20.000 euro
Rijden zonder het opgelegde alcoholslot (art. 37/1 § 4)25.000 tot 20.000 euro
Herhaling binnen drie jaar van alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l, dronkenschap of drugs (art. 36)24.000 tot 50.000 euro
Rijden zonder verzekering (art. 22 WAM-wet, gelezen via art. 78 Sw.)11.000 tot 10.000 euro

Wie rijdt tijdens een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs (art. 30 § 3), pleegt eveneens een misdrijf van niveau 2, met een geldboete van 2.000 tot 20.000 euro; de rechter moet dan ook een verval van drie maanden tot vijf jaar of definitief uitspreken. Bij dronkenschap is een verval van minstens één maand verplicht. Bij vluchtmisdrijf met gewonden of een dode is het verval eveneens verplicht en hangt het herstel af van een theoretisch en praktisch examen en een psychologisch onderzoek.

Ook de strafrechtelijke benaming van ongevallen met slachtoffers verandert. Wie door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid een dodelijk verkeersongeval veroorzaakt, wordt vervolgd voor doding in het verkeer (artikel 107 Sw., niveau 3; de verzwaarde vorm van artikel 107/1 Sw. is van niveau 4). Wie op die manier lichamelijk letsel veroorzaakt, wordt vervolgd voor integriteitsaantasting in het verkeer (artikel 218 Sw., niveau 2). De vergoeding van de slachtoffers verandert niet; lees daarover ons artikel over een dodelijk verkeersongeval en de vergoeding van het slachtoffer.

Gaat een doding in het verkeer samen met een snelheidsovertreding of een andere zware overtreding, alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l, dronkenschap of drugs, dan moet de rechter een verval van minstens drie maanden opleggen, met de vier herstelexamens (artikel 38 § 2 Wegverkeerswet). Is de bestuurder bovendien in herhaling in de zin van artikel 36, dan bedraagt dat verval minstens één jaar.

Wat het nieuwe Strafwetboek in de praktijk verandert

Geen gevangenisstraf meer voor de gewone verkeersmisdrijven

Voor een snelheidsovertreding, een eerste alcohol- of drugsfeit of een vluchtmisdrijf met alleen stoffelijke schade is een gevangenisstraf voor feiten vanaf 1 september 2026 wettelijk uitgesloten. Onder de oude Wegverkeerswet stond op vluchtmisdrijf met stoffelijke schade bijvoorbeeld nog een gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden. Dat betekent niet dat de sancties licht zijn: de geldboeten kunnen hoog oplopen en het verval van het recht tot sturen blijft mogelijk, bij sommige misdrijven zelfs verplicht.

Werkstraf en probatiestraf als volwaardige alternatieven

De werkstraf bestond al, maar staat nu op niveau 1 en niveau 2 uitdrukkelijk in de keuzelijst van de rechter. Volgens artikel 45 Sw. kunt u uw instemming met een werkstraf persoonlijk of via uw advocaat geven, zodat u niet altijd zelf hoeft te verschijnen. De probatiestraf, een straf met voorwaarden zoals een opleiding of een behandeling, staat eveneens op beide niveaus in de lijst en kan in verkeerszaken de voorkeur krijgen boven een geldboete. Lees ook of u persoonlijk moet verschijnen.

De geldboete op maat van uw draagkracht

Artikel 52 § 2 Sw. verplicht de rechter om bij het bepalen van de geldboete rekening te houden met uw financiële toestand. Bij een precaire toestand kan hij onder het wettelijke minimum gaan en betaling in schijven toestaan. Wie zijn inkomsten en lasten met stukken aantoont, geeft de rechter dus de gegevens die hij nodig heeft om de boete te matigen.

Opschorting en uitstel blijven bestaan

De opschorting van de uitspraak (artikel 64 Sw.) blijft mogelijk voor misdrijven tot en met niveau 6, met uw instemming en een proeftijd van één tot vijf jaar. Het uitstel (artikel 65 Sw.) is mogelijk voor straffen tot en met niveau 3, ook voor bijkomende straffen zoals het verval (waarvan wel minstens acht dagen effectief moeten worden uitgevoerd, artikel 41 Wegverkeerswet), maar niet voor een werkstraf, een probatiestraf of een straf onder elektronisch toezicht. Lees uitstel en opschorting in het verkeersrecht.

Herhaling weegt zwaarder

Wie binnen drie jaar na een veroordeling voor alcoholintoxicatie vanaf 0,35 mg/l, dronkenschap of drugs opnieuw zo’n feit pleegt, valt onder artikel 36 van de Wegverkeerswet: niveau 2 en een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro. Daarbij komen een verplicht verval van minstens drie maanden met de vier herstelexamens en, vanaf 0,50 mg/l, in principe een alcoholslot. Bij een nieuwe herhaling kan de rechter naar niveau 3 gaan, met een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro. Lees ook onze pagina over de herstelexamens en het alcoholslot.

Feiten van vóór 1 september 2026: de mildste strafwet

De datum van de feiten bepaalt welke wet geldt, niet de datum van de zitting. Voor feiten van vóór 1 september 2026 gelden in beginsel de oude straffen van de Wegverkeerswet, met opdeciemen: × 8 voor feiten tot en met 31 januari 2026 en × 10 voor feiten vanaf 1 februari 2026.

Daarbij geldt wel de regel van de mildste strafwet, die al bestond en nu in artikel 2 van het nieuwe Strafwetboek staat: is de straf tussen de feiten en het vonnis gewijzigd, dan past de rechter de minst zware toe. Voor oudere feiten waarop vroeger een gevangenisstraf stond en die nu van niveau 1 zijn, kan de politierechter dus geen gevangenisstraf meer uitspreken. Welke regeling in uw geval de mildste is, vergelijken wij in elk dossier dat in de overgangsperiode wordt behandeld.

Wat blijft hetzelfde

Vluchtmisdrijf, ook met gewonden of doden, blijft een zaak voor de politierechtbank. Verkeersongevallen met doden of gewonden worden in de regel eveneens door de politierechtbank behandeld; vooral bij samenhang met andere misdrijven dan verkeersmisdrijven kan een zaak bij de correctionele rechtbank terechtkomen. De onmiddellijke intrekking van het rijbewijs door het parket blijft 15 dagen, verlengbaar met ten hoogste drie maanden door de politierechtbank.

De alcoholgrenzen blijven dezelfde: 0,22 mg/l voor gewone bestuurders, 0,09 mg/l voor beroepschauffeurs en de zwaardere categorie vanaf 0,35 mg/l. Ook de termijnen voor verzet (vijftien dagen na de betekening) en hoger beroep (dertig dagen na de uitspraak) wijzigen niet; lees verzet en hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank.

Een onmiddellijke inning wordt nog altijd door daartoe gemachtigde politieambtenaren voorgesteld. Betaalt u niet, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen en vervolgens een bevel tot betalen uitvaardigen, verhoogd met 35 %. Tegen dat bevel kunt u binnen dertig dagen beroep instellen bij de politierechtbank; lees de minnelijke schikking in verkeerszaken.

Wat betekent dit voor uw dossier

Wie in het najaar van 2026 voor de politierechtbank verschijnt, heeft er belang bij dat zijn advocaat de datum van de feiten en het toepasselijke strafniveau nauwkeurig nakijkt. Novex Advocaten, advocaat verkeersrecht in Brussel, doet dat voor elk dossier en pleit voor de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst. Lees ook uw rechten bij een politiecontrole en wat een advocaat verkeersrecht kost.

Veelgestelde vragen over het nieuwe Strafwetboek in het verkeer

Geldt het nieuwe Strafwetboek ook voor een overtreding van augustus 2026?

Voor de feiten zelf gelden de oude straffen, maar de rechter past de mildste strafwet toe (artikel 2 Sw.). Voorziet de nieuwe wet voor uw feit geen gevangenisstraf meer, dan kan die ook voor oudere feiten niet meer worden uitgesproken.

Kan ik nog een gevangenisstraf krijgen voor rijden onder invloed?

Niet voor een eerste feit gepleegd vanaf 1 september 2026: alcoholintoxicatie, dronkenschap en een eerste drugsfeit zijn van niveau 1. Bij herhaling binnen drie jaar (niveau 2) is een gevangenisstraf wel mogelijk, al kan de rechter bij verzachtende omstandigheden naar niveau 1 afdalen.

Is de geldboete hoger geworden?

Niet ten opzichte van de bedragen die sinds 1 februari 2026 golden. De Wegverkeerswet vermeldt nieuwe basisbedragen die met 1,25 worden vermenigvuldigd; het werkelijke bedrag komt overeen met de oude bedragen vermenigvuldigd met 10. Voor feiten van vóór 1 februari 2026 gold nog een vermenigvuldiging met 8.

Moet ik zelf instemmen met een werkstraf?

Uw instemming is nodig, maar u kunt ze persoonlijk of via uw advocaat geven (artikel 45 Sw.). Als de rechter uw persoonlijke situatie wil beoordelen, blijft het verstandig om aanwezig te zijn.

Verandert er iets aan het rijverbod?

In grote lijnen niet: het verval van het recht tot sturen, de herstelexamens en het alcoholslot blijven bestaan. Wel kan de rechter bij een misdrijf van niveau 1 en verzachtende omstandigheden enkel het verval uitspreken. Lees onze pagina over het rijverbod.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor