Verzet of hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank

Verzet of hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank: termijnen van 15 en 30 dagen, het grievenformulier en wat er met uw rijbewijs gebeurt.

Een vonnis van de politierechtbank is niet altijd het einde van de rit. Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u verzet of hoger beroep aantekenen tegen het vonnis van de politierechtbank. Elk rechtsmiddel heeft zijn eigen voorwaarden en termijnen, maar ze delen één kenmerk: wie te laat is, verliest het recht definitief.

Verzet of hoger beroep: het verschil in één oogopslag

KenmerkVerzetHoger beroep
Wanneer?Vonnis bij verstek: u was niet aanwezig en niet vertegenwoordigdVonnis op tegenspraak, en in de regel ook een vonnis bij verstek
TermijnVijftien dagen na de betekeningDertig dagen na de uitspraak, bij verstek na de betekening
Wie oordeelt?Dezelfde politierechtbankDe correctionele rechtbank
VormExploot van een gerechtsdeurwaarderVerklaring op de griffie en grievenformulier
Zwaardere straf mogelijk?In beginsel niet op uw eigen verzetEnkel als ook het openbaar ministerie beroep instelt

Verzet: u was niet aanwezig op de zitting

Werd u bij verstek veroordeeld omdat u niet aanwezig of vertegenwoordigd was, dan kunt u verzet aantekenen. De zaak wordt dan opnieuw behandeld door dezelfde politierechtbank, ditmaal met uw verweer.

  • Termijn: in de regel vijftien dagen na de betekening van het vonnis (artikel 187 Wetboek van strafvordering). De betekening gebeurt door een gerechtsdeurwaarder: de datum op dat exploot is bepalend, niet de datum waarop u het las.
  • Betekening niet aan uzelf: werd het vonnis niet aan u in persoon betekend, dan kunt u wat de straffen betreft nog verzet doen binnen vijftien dagen nadat u van de betekening kennis kreeg (artikel 187, § 1). Laat dat onmiddellijk nakijken.
  • Vorm: in de regel bij exploot van een gerechtsdeurwaarder, gericht aan het openbaar ministerie en, als die er is, aan de burgerlijke partij. Uw advocaat regelt dat.
  • Gevolg: de uitvoering van het vonnis, ook die van het verval van het recht tot sturen, wordt geschorst zolang het verzet hangende is.
  • Let op: verschijnt u ook op de verzetszitting niet, zelf of via uw advocaat, dan wordt het verzet als ongedaan beschouwd en blijft het eerste vonnis overeind. Een tweede verzet is dan niet mogelijk; of hoger beroep nog kan, moet meteen worden nagegaan.

Verzet is ook niet onvoorwaardelijk. Wist u dat u gedagvaard was en kunt u voor uw afwezigheid geen overmacht of wettige reden van verschoning aanvoeren, dan wordt het verzet als ongedaan beschouwd (artikel 187, § 6, 1°). Een goede verantwoording van uw afwezigheid, gestaafd met stukken, is dus belangrijk.

Verzet is bovendien beperkt tot wat u zelf aanvecht, en de rechtbank kan de straf in beginsel niet verzwaren op uw eigen verzet. Dat is een belangrijk verschil met het hoger beroep. Lees ook wanneer u persoonlijk moet verschijnen voor de politierechtbank.

Hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank

Was u aanwezig of vertegenwoordigd, maar bent u het oneens met het vonnis? Tegen een vonnis op tegenspraak staat hoger beroep open. Het beroep wordt behandeld door de correctionele rechtbank, die de zaak opnieuw beoordeelt, maar enkel binnen de grenzen van wat wordt aangevochten.

  • Termijn: dertig dagen na de uitspraak (artikel 203 Wetboek van strafvordering). Bij een vonnis bij verstek loopt de termijn vanaf de betekening.
  • Vorm: een verklaring van hoger beroep op de griffie van de politierechtbank die het vonnis heeft uitgesproken. Uw advocaat kan die verklaring voor u afleggen.
  • Grievenformulier: binnen dezelfde termijn moet u nauwkeurig aangeven tegen welke punten u opkomt, zoals de schuldvraag, de straf of het burgerlijke luik (artikel 204). Ontbreekt dat verzoekschrift, of zijn de grieven niet nauwkeurig genoeg omschreven, dan riskeert u het verval van uw beroep. In de praktijk is dit de belangrijkste valkuil.
  • Gevolg: de uitvoering van het vonnis wordt geschorst zolang de beroepstermijn loopt en het beroep hangende is.

Het risico dat u moet kennen

Het openbaar ministerie kan zelf ook beroep aantekenen. Hebt u beroep ingesteld, dan beschikt het daarvoor nog over een bijkomende termijn van tien dagen na het verstrijken van uw beroepstermijn (artikel 203, § 2).

Stelt enkel u beroep in, dan kan de straf niet worden verzwaard. Stelt ook het parket beroep in, dan ligt de strafmaat binnen de grenzen van zijn grieven opnieuw open, in beide richtingen. Die afweging maakt u dus niet op gevoel, maar op basis van het dossier en van wat de eerste rechter precies heeft beslist.

Wat in de tussentijd met uw rijbewijs gebeurt

Een verval van het recht tot sturen dat als straf is uitgesproken, gaat pas in de vijfde dag na de kennisgeving door het openbaar ministerie; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen tellen in die termijn niet mee (artikel 40 Wegverkeerswet). Bij een verstekvonnis vermeldt die kennisgeving welke rechtsmiddelen nog openstaan, binnen welke termijn en in welke vorm. Zolang een rechtsmiddel openstaat of hangende is, mag u in beginsel blijven rijden. Vraag dat in uw dossier altijd uitdrukkelijk na. Meer uitleg vindt u in ons artikel over het verval van het recht tot sturen.

Rijden terwijl het verval wél loopt, is een afzonderlijk misdrijf (artikel 48 Wegverkeerswet). Voor feiten vanaf 1 september 2026 is dat een misdrijf van niveau 2 van het nieuwe Strafwetboek: de rechter kan onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar of een werkstraf opleggen, en de Wegverkeerswet voorziet een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro (werkelijk bedrag, opdeciemen inbegrepen). Bovendien moet de rechter een nieuw verval van ten minste drie maanden tot vijf jaar of voorgoed uitspreken, en bij herhaling binnen drie jaar kan niveau 3 volgen.

Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft de straf van toepassing die toen gold, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Lees ook wat het nieuwe Strafwetboek voor verkeersovertredingen verandert, en wat u riskeert bij rijden zonder rijbewijs of tijdens een rijverbod.

Wat een nieuwe behandeling kan opleveren

Een tweede behandeling is geen herhaling van de eerste. Het dossier kan intussen zijn aangevuld met precies de stukken die ontbraken: een werkgeversattest, het bewijs van een gevolgde opleiding, een regeling met de benadeelde, een medisch attest of een recent uittreksel uit het strafregister.

In veel dossiers maakt dat, meer dan een juridisch argument, het verschil tussen een effectief rijverbod en een rijverbod met uitstel. Ook een opschorting van de uitspraak of een werkstraf kan dan in beeld komen. Lees meer over opschorting, uitstel en werkstraf voor de politierechtbank.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tijd heb ik voor verzet of hoger beroep?

Voor verzet hebt u in de regel vijftien dagen na de betekening van het verstekvonnis. Voor hoger beroep hebt u dertig dagen na de uitspraak, of na de betekening bij een verstekvonnis. Het grievenformulier moet binnen diezelfde dertig dagen worden ingediend.

Kan mijn straf in hoger beroep zwaarder worden?

Enkel als ook het openbaar ministerie beroep instelt. Op uw beroep alleen kan de rechter de straf niet verzwaren.

Kan ik na het hoger beroep nog verder procederen?

Enkel nog met een cassatieberoep bij het Hof van Cassatie. Dat Hof oordeelt alleen over rechtsvragen en niet opnieuw over de feiten. De termijnen zijn kort en de vormvereisten streng.

Bronnen

Novex Advocaten staat u bij

Kreeg u een vonnis of een betekening door de gerechtsdeurwaarder? Laat de termijn niet lopen: vijftien of dertig dagen gaan snel voorbij, en daarna is het vonnis definitief. Bezorg ons het stuk met de datum van betekening, dan weet u dezelfde dag wat mogelijk is.

Mr. Mohamed Asfour staat u bij voor de politierechtbank en, in hoger beroep, voor de correctionele rechtbank. Meer over onze aanpak leest u op de pagina advocaat verkeersrecht in Brussel.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor