Het vluchtmisdrijf is een van de zwaarder bestrafte verkeersmisdrijven in België. Wie na een ongeval wegrijdt zonder zich bekend te maken, riskeert een zware geldboete, een rijverbod en een veroordeling op zijn strafblad, bij gewonden of doden ook een gevangenisstraf — zelfs wanneer het ongeval niet zijn fout was. Precies dat laatste wordt het vaakst verkeerd ingeschat.
Wat is een vluchtmisdrijf?
Artikel 33 van de Wegverkeerswet straft de bestuurder die, wetende dat zijn voertuig oorzaak van of aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Het misdrijf veronderstelt drie elementen:
- Een verkeersongeval op een openbare plaats — ook met louter stoffelijke schade. Een aangereden geparkeerde wagen volstaat.
- Kennis van dat ongeval. U moet geweten hebben dat uw voertuig bij een ongeval betrokken was; de rechter mag dat afleiden uit de omstandigheden. U hoeft niet te weten dat er schade of gewonden zijn (Cass. 28 oktober 2003 en 6 november 2012).
- De vlucht om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Die vaststellingen betreffen ook uw eigen toestand, bijvoorbeeld een ademtest (Cass. 8 november 2022).
Uw eigen schuld aan het ongeval doet niet ter zake: ook wie niets verkeerd deed, moet stoppen, zijn gegevens meedelen en zo nodig hulp verlenen. Omgekeerd volstaat ter plaatse blijven niet altijd: wie zich niet als bestuurder bekendmaakt, kan evengoed een vluchtmisdrijf plegen (Cass. 8 april 2014).
De verdediging zet meestal aan op het tweede en het derde element. Wie de aanrijding werkelijk niet opmerkte, pleegt geen vluchtmisdrijf. Wie kort nadien zelf de politie verwittigde, kan aanvoeren dat hij zich niet aan de vaststellingen wilde onttrekken, al beoordeelt de rechter dat geval per geval.
Straffen voor vluchtmisdrijf sinds 1 september 2026
Voor feiten vanaf 1 september 2026 gelden de strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek. De bedragen hieronder zijn de werkelijke bedragen.
Enkel stoffelijke schade (artikel 33, § 1)
- Een straf van niveau 1: een gevangenisstraf is niet meer mogelijk;
- Geldboete van 2.000 tot 20.000 euro;
- In plaats van de geldboete kan de rechter onder meer een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf van 6 tot 12 maanden opleggen;
- Het verval van het recht tot sturen is mogelijk, maar niet verplicht (artikel 38, § 1, 5°). Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter enkel dat verval uitspreken.
Met gewonden of met dodelijke afloop (artikel 33, § 2)
- Bij gewonden: een straf van niveau 2, onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar; bij een dodelijke afloop: een straf van niveau 3, een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar;
- Geldboete van 4.000 tot 50.000 euro;
- Verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden tot vijf jaar, of levenslang;
- Het herstel in het recht tot sturen hangt af van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek; de rechter kan een specifieke opleiding opleggen ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen.
Herhaling binnen drie jaar (artikel 33, § 3)
- Een nieuw vluchtmisdrijf met enkel stoffelijke schade of met gewonden, binnen drie jaar na een veroordeling voor vluchtmisdrijf (§ 1 of § 2): een straf van niveau 3 en een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro;
- Vluchtmisdrijf met dodelijke afloop is al bij een eerste feit een misdrijf van niveau 3 (§ 2); de vroegere afzonderlijke verzwaring bij herhaling in het geval van § 2 (§ 3, 2°) is opgeheven;
- Neemt de rechter verzachtende omstandigheden aan, dan vervangt hij de straf van niveau 3 door een straf van niveau 2 of 1 (artikel 36 Strafwetboek).
Belangrijk voor het bedrag: sinds 1 september 2026 vermeldt de Wegverkeerswet nieuwe basisbedragen, die met de opdeciemen worden vermenigvuldigd met 1,25. Een geldboete van 1.600 euro in de wettekst kost dus 2.000 euro.
Feiten van vóór 1 september 2026
Voor oudere feiten geldt de regeling van dat moment, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Dat verweer moet in lopende dossiers uitdrukkelijk worden gevoerd. Het oude artikel 33 bepaalde:
| Situatie | Gevangenisstraf | Geldboete in de wettekst |
|---|---|---|
| Enkel stoffelijke schade (§ 1) | 15 dagen tot 6 maanden | 200 tot 2.000 euro |
| Slagen of verwondingen (§ 2) | 15 dagen tot 3 jaar | 400 tot 5.000 euro |
| Dodelijke afloop (§ 2) | 15 dagen tot 4 jaar | 400 tot 5.000 euro |
| Herhaling, geval van § 1 (§ 3, 1°) | 1 maand tot 4 jaar | 400 tot 5.000 euro |
| Herhaling, geval van § 2 (§ 3, 2°) | 1 maand tot 8 jaar | 800 tot 10.000 euro |
Die bedragen werden vermenigvuldigd met 8 voor feiten van vóór 1 februari 2026 (bij enkel stoffelijke schade dus 1.600 tot 16.000 euro) en met 10 voor feiten tussen 1 februari en 31 augustus 2026 (2.000 tot 20.000 euro).
Welke rechtbank behandelt uw zaak?
Het vluchtmisdrijf is een misdrijf van de Wegverkeerswet en komt dus voor de politierechtbank, ook met gewonden of doden. Artikel 138, 6°bis, van het Wetboek van strafvordering kent haar ook de onopzettelijke doding en verwondingen door een verkeersongeval toe; voor feiten vanaf 1 september 2026 heten die misdrijven doding in het verkeer (artikel 107 Strafwetboek, en in de verzwaarde vorm artikel 107/1) en integriteitsaantasting in het verkeer (artikel 218 Strafwetboek); artikel 138, 6°bis, verwijst sinds 1 september 2026 uitdrukkelijk naar die drie artikelen. In beginsel gaat de zaak alleen bij samenhang met misdrijven buiten haar bevoegdheid naar de correctionele rechtbank.
Los van de strafzaak kan de procureur des Konings uw rijbewijs onmiddellijk intrekken wanneer de bestuurder de vlucht heeft genomen (artikel 55, § 1, 2°, Wegverkeerswet). Die onmiddellijke intrekking geldt vijftien dagen en kan door de politierechtbank worden verlengd met ten hoogste drie maanden.
Hoe het parket het bewijs levert — en waar het wringt
Het openbaar ministerie moet de drie bestanddelen bewijzen, en het bewijs dat u van het ongeval wist, is meestal het zwakste punt. Wij gaan na:
- of de schade van die aard is dat u de aanrijding moest voelen of horen;
- wat de camerabeelden, de getuigenverklaringen en de schadevaststellingen werkelijk aantonen — en niet enkel suggereren;
- of de identificatie van uw voertuig en van de bestuurder sluitend is;
- of u na het ongeval spontaan contact hebt opgenomen met de politie of de tegenpartij, wat het opzet om te vluchten tegenspreekt;
- of het proces-verbaal en de dagvaarding regelmatig zijn.
De verzekering: het staartje dat vaak duurder is dan de boete
Uw BA-verzekeraar vergoedt de benadeelde, maar kan dat bedrag van u terugvorderen in de gevallen die de wettelijke modelovereenkomst en uw polis bepalen, bijvoorbeeld wanneer u onder invloed reed. Blijft het voertuig onbekend, dan vergoedt het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds in de regel enkel de lichamelijke schade; bij een onverzekerd voertuig komt het fonds tussen in de plaats van een verzekeraar, en het kan nadien verhaal nemen. Bij letselschade lopen die bedragen hoog op, zodat de strafzaak en het verhaal het best samen worden bekeken.
Wat is haalbaar bij een vluchtmisdrijf?
Waar de feiten vaststaan, verschuift het debat naar de straf. Afhankelijk van het dossier pleiten wij onder meer voor:
- opschorting van de uitspraak (artikel 64 Strafwetboek) of uitstel, ook voor het verval (artikel 65 Strafwetboek);
- een werkstraf of een probatiestraf in plaats van een geldboete of gevangenisstraf;
- een geldboete onder het minimum of in schijven bij een precaire financiële toestand (artikel 52, § 2, Strafwetboek);
- een verval beperkt tot het weekend (artikel 38, § 2bis, Wegverkeerswet) of tot bepaalde voertuigcategorieën (artikel 45 Wegverkeerswet), maar enkel zonder herstelexamens, dus in de regel niet bij gewonden of doden (Cass. 15 januari 2019 en 7 november 2023).
De rechter kijkt daarbij naar uw voorgeschiedenis, uw houding na de feiten en de vraag of de schade werd vergoed. Wie vóór de zitting de benadeelde vergoedt of een regeling treft, staat merkbaar sterker. Meer in ons artikel over opschorting, uitstel en werkstraf.
Veelgestelde vragen over vluchtmisdrijf
Volstaat een briefje achter de ruitenwisser van de geraakte wagen?
Correcte en volledige gegevens tonen in de regel dat u zich niet aan de vaststellingen wilde onttrekken, maar een garantie is dat niet. Verwittig bij twijfel de politie, zeker wanneer de eigenaar niet te vinden is.
Wat als ik pas later merk dat ik iets heb geraakt?
Meld u dan zo snel mogelijk bij de politie of de benadeelde. Een spontane melding versterkt uw verweer dat u niet van het ongeval wist.
Riskeer ik een gevangenisstraf bij enkel blikschade?
Voor feiten vanaf 1 september 2026 niet: het gaat om een straf van niveau 1. Voor oudere feiten voorzag de wet nog in 15 dagen tot 6 maanden, maar ook dan geldt de nieuwe regeling wanneer die gunstiger is.
Is het rijverbod verplicht?
Bij enkel stoffelijke schade niet. Bij gewonden of doden is het verval van het recht tot sturen verplicht, voor ten minste drie maanden, en hangt het herstel af van examens.
Novex Advocaten staat u bij
Hoe vroeger wij het dossier zien, hoe meer er nog te doen valt — zeker zolang het parket nog geen standpunt heeft ingenomen. Bezorg ons uw proces-verbaal of dagvaarding voor een eerlijke inschatting van uw kansen.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Meer over onze aanpak: advocaat vluchtmisdrijf.
Bronnen
- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de politierechtbanken (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026. Meer over het kantoor