Wanneer de feiten vaststaan, verschuift het hele debat voor de politierechtbank naar de straf. Opschorting en uitstel, een werkstraf, een schuldigverklaring of een opleiding: er bestaan meer mogelijkheden dan de meeste mensen vermoeden. Maar geen enkele wordt ambtshalve toegekend. Wie ze wil, moet ze vragen, motiveren en staven.
Sinds 1 september 2026 gelden daarvoor de regels van het nieuwe Strafwetboek. Voor feiten van vóór 1 september 2026 geldt de regeling van dat moment, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). De meeste verkeersmisdrijven zijn voortaan misdrijven van niveau 1. Zwaardere misdrijven liggen hoger: rijden zonder rijbewijs of herhaling van rijden onder invloed van alcohol of drugs binnen drie jaar is van niveau 2, doding in het verkeer van niveau 3.
Opschorting van de uitspraak
De rechter stelt vast dat de feiten bewezen zijn, maar spreekt geen straf uit. Er volgt een proeftermijn van één tot vijf jaar; pleegt u in die periode geen nieuwe feiten, dan blijft het daarbij. De opschorting wordt wel opgenomen in het centraal strafregister, dat magistraten kunnen raadplegen, maar verschijnt in beginsel niet op het uittreksel uit het strafregister dat u aan een werkgever voorlegt.
Voor wie een blanco uittreksel nodig heeft — in de zorg, het onderwijs, de bewaking, bij overheidsopdrachten of voor een beroepskaart — is dit veruit de meest waardevolle uitkomst. Meer over de gevolgen van een veroordeling leest u in ons artikel over uitwissing en eerherstel.
De opschorting is mogelijk bij misdrijven van niveau 1 tot 6 en veronderstelt uw instemming (artikel 64 Strafwetboek). Of de rechter ze toekent, hangt af van uw strafrechtelijk verleden en van de ernst van de feiten. Zij kan ook worden gekoppeld aan voorwaarden; dan spreekt men van probatie-opschorting, bijvoorbeeld een opleiding volgen, een behandeling aanvatten of de benadeelde vergoeden.
Let op: de opschorting kan worden herroepen als u tijdens de proeftermijn opnieuw in de fout gaat. Kreeg u opschorting voor een verkeersmisdrijf, dan kan dat onder meer gebeuren wanneer u tijdens de proeftermijn opnieuw wordt veroordeeld op grond van de Wegverkeerswet. De rechter kan dan alsnog een straf uitspreken.
Uitstel van de tenuitvoerlegging
Hier spreekt de rechter wel een straf uit, maar die wordt niet uitgevoerd zolang u tijdens de proeftermijn van één tot vijf jaar geen nieuwe feiten pleegt. Uitstel is mogelijk bij straffen die niveau 3 niet te boven gaan, als gewoon uitstel of als probatie-uitstel (artikel 65 Strafwetboek). Het kan gelden voor de hoofdstraf én voor bijkomende straffen zoals het verval van het recht tot sturen.
Voor een werkstraf, een probatiestraf of een straf onder elektronisch toezicht is uitstel niet mogelijk. De veroordeling zelf blijft bestaan en wordt in het strafregister opgenomen. Uitstel kan volledig of gedeeltelijk zijn: bijvoorbeeld drie maanden rijverbod, waarvan twee met uitstel. Bij een verval op grond van de Wegverkeerswet moeten wel minstens acht dagen effectief worden uitgevoerd (artikel 41 Wegverkeerswet).
In verkeerszaken is dat vaak het realistische middenveld tussen een vrijspraak die er niet in zit en een effectieve straf die uw job kost.
De veroordeling bij schuldigverklaring
Nieuw sinds 1 september 2026: bij een straf van niveau 1 of 2 kan de rechter zich beperken tot een schuldigverklaring (artikel 51 Strafwetboek). Dat kan wanneer de feiten, in het licht van de concrete omstandigheden, slechts van geringe ernst zijn, of wanneer de verstreken tijd een andere straf niet opportuun maakt. U krijgt dan geen geldboete; de gerechtskosten en een eventuele schadevergoeding aan de benadeelde blijven wel verschuldigd. Behalve met een verbeurdverklaring kan de schuldigverklaring in beginsel niet samen met een andere straf worden uitgesproken.
De werkstraf en de probatiestraf
De werkstraf is een hoofdstraf: onbetaalde arbeid van 20 tot 120 uren als straf van niveau 1, of van meer dan 120 tot 300 uren als straf van niveau 2 (artikel 45 Strafwetboek). De rechter bepaalt meteen ook een vervangende straf voor het geval de werkstraf niet of niet correct wordt uitgevoerd.
De rechter kan een werkstraf enkel opleggen als u er met kennis van zaken mee instemt, in persoon of via uw advocaat. Uw persoonlijke aanwezigheid is daarvoor dus niet vereist (zie ook moet u persoonlijk verschijnen?). Wie echter niet verschijnt en zich ook niet laat vertegenwoordigen, sluit deze piste uit.
Het nieuwe Strafwetboek kent daarnaast de probatiestraf als zelfstandige hoofdstraf: 6 tot 12 maanden bij niveau 1, meer dan 12 tot 24 maanden bij niveau 2. U leeft dan gedurende die periode bepaalde voorwaarden na, zoals een opleiding of een begeleiding.
Let op: een werkstraf of probatiestraf is een alternatief voor de geldboete (en op niveau 2 voor de gevangenisstraf), maar niet voor het verval van het recht tot sturen wanneer dat verplicht is.
Verzachtende omstandigheden: een niveau lager
Bij een misdrijf van niveau 2, zoals rijden zonder rijbewijs, kan de rechter bij verzachtende omstandigheden een straf van niveau 1 opleggen. Een gevangenisstraf is dan uitgesloten, want niveau 1 kent die niet. En bij een misdrijf van niveau 1 waarvoor ook een bijkomende straf geldt, kan de rechter bij verzachtende omstandigheden volstaan met die bijkomende straf alleen, bijvoorbeeld een verval van het recht tot sturen zonder geldboete.
De rechter beoordeelt vrij wat hij als verzachtend aanvaardt; het is aan u en uw advocaat om die omstandigheden concreet aan te tonen.
Een opleiding als herstelvoorwaarde of als argument
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van een specifieke opleiding (artikel 38, § 3, 5° Wegverkeerswet). Sinds 1 januari 2026 kan die opleiding het theoretisch en het praktisch examen aanvullen of zelfs vervangen, ook waar de wet die examens verplicht oplegt (artikel 38, §§ 2, 5 en 6). Ook buiten de rechtszaal kan een opleiding een rol spelen, bijvoorbeeld als voorwaarde bij een bemiddeling in strafzaken die het parket voorstelt.
Een opleiding of een gerichte behandeling heeft twee gezichten: zij kost tijd en geld, maar zij toont ook dat u de feiten ernstig neemt. Wie de opleiding al vóór de zitting heeft gevolgd en het attest neerlegt, verandert merkbaar de toon van de behandeling.
Wat u nog kunt vragen in verkeerszaken
- Uitvoering van het rijverbod tijdens weekends en feestdagen, zodat u doordeweeks naar uw werk kunt blijven rijden (artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet; niet bij herstelexamens, een opleiding of een alcoholslot).
- Beperking van het verval tot bepaalde categorieën van voertuigen, zodat bijvoorbeeld een beroepsvoertuig buiten schot blijft (artikel 45 Wegverkeerswet; niet bij herstelexamens of een alcoholslot).
- Rekening houden met de kosten die u zelf draagt, zoals de herstelexamens of een alcoholslot, bij het bepalen van de geldboete.
- Een geldboete onder het wettelijk minimum als u uw precaire financiële situatie bewijst, of betaling in schijven (artikel 52, § 2 Strafwetboek): de rechter houdt rekening met de financiële draagkracht en de sociale toestand die u inroept.
- Beperking van het pakket herstelexamens: niet automatisch alle vier de herstelexamens, maar enkel wat de feiten werkelijk vereisen, tenzij de wet ze in uw geval verplicht oplegt.
Opschorting en uitstel: wat de rechter nodig heeft om ja te zeggen
Een rechter beslist op basis van wat in het dossier ligt. In de praktijk wegen: een blanco of beperkt strafblad, een werkgeversattest waaruit blijkt dat het rijbewijs noodzakelijk is, loonfiches en gezinssituatie, het bewijs dat de benadeelde werd vergoed, een gevolgde opleiding of behandeling, en een correcte houding tijdens het onderzoek. Die stukken verzamelt u vóór de zitting — op de zitting zelf is het te laat.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen opschorting en uitstel?
Bij opschorting spreekt de rechter geen straf uit; bij uitstel spreekt hij wel een straf uit, maar die wordt niet uitgevoerd zolang u de proeftermijn respecteert. De opschorting verschijnt in beginsel niet op het uittreksel uit het strafregister; een veroordeling met uitstel wordt wel in het strafregister opgenomen.
Kan ik opschorting krijgen voor een verkeersmisdrijf?
Ja, zij is mogelijk bij misdrijven van niveau 1 tot 6, en dus bij vrijwel alle verkeersmisdrijven. U moet ermee instemmen, en de rechter houdt rekening met uw strafrechtelijk verleden en de ernst van de feiten.
Moet ik persoonlijk verschijnen om een werkstraf te krijgen?
Nee. Uw instemming met een werkstraf kan ook via uw advocaat worden gegeven (artikel 45 Strafwetboek). Wie niet verschijnt en zich niet laat vertegenwoordigen, kan geen werkstraf krijgen.
Kan een rijverbod met uitstel worden uitgesproken?
Ja. Uitstel kan ook gelden voor het verval van het recht tot sturen (artikel 65 Strafwetboek), maar bij een verval op grond van de Wegverkeerswet moeten minstens acht dagen effectief worden uitgevoerd (artikel 41 Wegverkeerswet). Wat de rechter toestaat, hangt af van de feiten en van uw dossier.
Wat als ik tijdens de proeftermijn opnieuw in de fout ga?
Dan kan de opschorting of het uitstel worden herroepen. Bij opschorting kan de rechter alsnog een straf uitspreken; bij uitstel kan de uitgestelde straf alsnog worden uitgevoerd.
Novex Advocaten staat u bij
Wij beoordelen welke piste in uw dossier haalbaar is, verzamelen met u de stukken die de rechter nodig heeft, en pleiten de uitkomst die uw beroep en uw gezin het minst ontwricht. Meer over onze aanpak leest u op onze pagina advocaat verkeersrecht in Brussel.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Bronnen
Meer over onze aanpak: advocaat verkeersrecht in Brussel.
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 3 oktober 2026. Meer over het kantoor