Een oude veroordeling kan jaren later nog deuren sluiten: een job in de beveiliging, een betrekking bij de overheid, een vergunning, een functie met kinderen of zelfs vrijwilligerswerk. Uw strafblad opschonen kan naar Belgisch recht langs twee wegen: de uitwissing, die automatisch gebeurt, en het herstel in eer en rechten (eerherstel), waarvoor u een procedure moet voeren. Sinds 1 september 2026 zijn die regels aangepast aan het nieuwe Strafwetboek. Dit artikel legt uit hoe beide wegen werken en welke u nodig hebt.
Strafregister en uittreksel: niet hetzelfde
Het Centraal Strafregister bevat de veroordelingen en bepaalde andere beslissingen. Wat een werkgever of een overheid te zien krijgt, is het uittreksel uit het strafregister, in de volksmond het strafblad. Daarvan bestaan verschillende modellen:
- het gewone uittreksel (artikel 595 Wetboek van strafvordering), dat u zelf aanvraagt bij uw gemeente;
- het uittreksel voor een gereglementeerde activiteit (artikel 596, eerste lid), dat daarnaast onder meer veroordelingen vermeldt die een verbod inhouden om die activiteit uit te oefenen;
- het uittreksel voor activiteiten met minderjarigen (artikel 596, tweede lid), dat de meeste informatie bevat, onder meer over feiten ten aanzien van minderjarigen.
Het gewone uittreksel vermeldt bepaalde beslissingen nooit: onder meer een opschorting van de uitspraak, een werkstraf, een probatiestraf en een minnelijke schikking die tijdens de procedure werd gesloten. Andere veroordelingen verdwijnen na drie jaar van het gewone uittreksel, tenzij het vonnis een verval of ontzetting van meer dan drie jaar inhoudt. Dat geldt onder meer voor een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden, geldboetes tot een wettelijk vastgelegd maximum (4.000 euro bij een veroordeling op grond van het nieuwe Strafwetboek), een schuldigverklaring, een verbeurdverklaring en geldboetes op grond van de Wegverkeerswet, ongeacht het bedrag (artikel 595, zoals gewijzigd bij de wet van 11 maart 2026).
De uitwissing: automatisch na drie jaar
Voor veroordelingen op grond van het nieuwe Strafwetboek worden de volgende hoofdstraffen automatisch uitgewist, drie jaar na de dag van de definitieve rechterlijke beslissing (artikel 619 Wetboek van strafvordering, zoals vervangen bij de wet van 11 maart 2026, in werking sinds 1 september 2026):
- een geldboete tot ten hoogste 20.000 euro;
- een werkstraf tot ten hoogste 120 uur;
- een probatiestraf tot ten hoogste twaalf maanden;
- een verbeurdverklaring;
- een geldstraf die is vastgesteld op basis van het verwachte of behaalde voordeel uit het misdrijf;
- een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op ten hoogste 20.000 euro;
- een veroordeling bij schuldigverklaring, tenzij de rechter met bijzondere redenen anders beslist;
- een bijkomende straf die als hoofdstraf is uitgesproken, tenzij de rechter uitdrukkelijk een kortere uitwissingstermijn bepaalt, die niet korter mag zijn dan de duur van die straf.
De uitwissing geldt niet voor veroordelingen die een verval of ontzetting inhouden waarvan de gevolgen langer dan drie jaar duren, met uitzondering van een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke ongeschiktheid. Een opschorting van de uitspraak wordt uitgewist bij het verstrijken van de proeftijd, als ze niet werd herroepen; op het gewone uittreksel verschijnt ze hoe dan ook niet. Veroordelingen die op het oude Strafwetboek zijn gebaseerd (in de regel feiten van vóór 1 september 2026) blijven onder de vroegere uitwissingsregels vallen; een opschorting of een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring van vóór 1 september 2026 wordt wel volgens de nieuwe regel uitgewist (overgangsbepaling van de wet van 11 maart 2026).
Een uitgewiste veroordeling heeft dezelfde gevolgen als een herstel in eer en rechten (artikelen 619 en 620). Ga er wel niet van uit dat een nog openstaande geldboete daardoor wegvalt. Ook de rechten van het slachtoffer op schadevergoeding blijven bestaan.
Voor veroordelingen van vóór 1 september 2026 moet worden nagegaan hoe de oude en de nieuwe regeling op uw situatie inwerken. Dat kijken wij na op basis van uw uittreksel.
Eerherstel: het herstel in eer en rechten
Voor veroordelingen die niet automatisch worden uitgewist, bestaat het herstel in eer en rechten (artikelen 621 tot 634 Wetboek van strafvordering). De voorwaarden:
- u hebt in de voorbije tien jaar geen eerherstel genoten (artikel 621);
- u hebt de vrijheidsstraffen ondergaan en de geldboetes betaald, of ze zijn kwijtgescholden of als niet bestaande te beschouwen, bijvoorbeeld na een uitstel dat niet werd herroepen (artikel 622);
- u hebt de schadevergoedingen, teruggaven en kosten betaald, tenzij u aantoont dat dat onmogelijk was (artikel 623);
- u hebt een proeftijd doorlopen met een vaste verblijfplaats, waarin u blijk gaf van verbetering en goed gedrag (artikel 624).
De proeftijd bedraagt minstens drie jaar. Voor zware veroordelingen, tot een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar, is ze minstens vijf jaar (artikel 626). Na een voorwaardelijke veroordeling is de proeftijd minstens even lang als het uitstel.
Eerherstel aanvragen: hoe verloopt de procedure?
- De aanvraag. U richt uw aanvraag aan de procureur des Konings van het arrondissement waar u woont (artikel 628). Woont u in het buitenland, dan gaan wij na welk parket bevoegd is. Wij berekenen ook vanaf wanneer u, gelet op de proeftijd, de aanvraag kunt indienen.
- Het onderzoek. Het parket vraagt uw strafregister, de vonnissen en verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar u woonde op (artikel 629).
- De beslissing. De kamer van inbeschuldigingstelling behandelt de zaak met gesloten deuren. Soms kan zij het eerherstel verlenen zonder dat u moet verschijnen. In de andere gevallen wordt u gehoord en moet u persoonlijk verschijnen (artikel 630).
- Bij weigering kunt u in beginsel pas na twee jaar een nieuwe aanvraag indienen (artikel 631).
Een goed gedocumenteerd dossier weegt zwaar. Bewijzen van werk, opleiding, betaalde schadevergoedingen en een stabiele woonplaats tonen de verbetering en het goede gedrag aan die de wet vereist.
Wat levert eerherstel op?
Het herstel in eer en rechten doet de gevolgen van de veroordeling voor de toekomst ophouden. De veroordeling verschijnt niet meer op de uittreksels, vormt geen grond meer voor herhaling en staat een latere voorwaardelijke veroordeling niet meer in de weg. Het herstelt wel geen titels of openbare ambten die u door afzetting hebt verloren, en het raakt niet aan de rechten die derden hebben verkregen, zoals een schadevergoeding (artikel 634).
Politionele gegevens: los van uw strafblad
Het strafregister en de politionele databanken volgen afzonderlijke regels. Een uitwissing of eerherstel doet dus niet automatisch alle politionele informatie verdwijnen. Bij een veiligheidsonderzoek of een screening kan dat een rol spelen.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik wat er op mijn strafblad staat?
U vraagt een uittreksel aan bij uw gemeente of online. Woont u in het buitenland, dan reikt de dienst Strafregister van de FOD Justitie het uit.
Wat is het verschil tussen uitwissing en eerherstel?
De uitwissing gebeurt automatisch na drie jaar, maar enkel voor de lichtere veroordelingen die hierboven zijn opgesomd. Voor andere veroordelingen moet u eerherstel aanvragen bij het parket, waarna de kamer van inbeschuldigingstelling beslist. Eenmaal verkregen, hebben beide dezelfde gevolgen.
Verdwijnt een verkeersveroordeling ook van mijn strafblad?
Veroordelingen tot een geldboete op grond van de Wegverkeerswet verdwijnen na drie jaar van het gewone uittreksel, tenzij het vonnis een verval of ontzetting van meer dan drie jaar inhoudt. Gaat het om een veroordeling uit de lijst hierboven, dan wordt ze na drie jaar bovendien volledig uitgewist. Wat sinds 1 september 2026 verandert voor verkeersmisdrijven, leest u in ons overzicht van het nieuwe Strafwetboek.
Hoe lang duurt een procedure tot eerherstel?
Dat hangt af van het parket en van de volledigheid van het dossier. Reken op meerdere maanden. Een goed voorbereide aanvraag, met bewijzen van werk, opleiding en schadevergoeding, versnelt het traject.
Kan eerherstel geweigerd worden?
Ja, bijvoorbeeld bij onvoldoende bewijs van goed gedrag, onbetaalde schadevergoedingen of nieuwe feiten. Na een weigering wegens gebrek aan verbetering of goed gedrag moet u in beginsel twee jaar wachten voor u een nieuwe aanvraag indient.
Uw strafblad opschonen met Novex Advocaten
Wij bekijken uw uittreksel, gaan na wat automatisch verdwijnt en wat een procedure vraagt, en begeleiden uw aanvraag tot eerherstel. Loopt er tegelijk een nieuwe strafzaak, dan houden wij ook daar rekening mee. Lees ook ons overzicht over uw rechten als verdachte in een strafzaak en over opschorting, uitstel en werkstraf voor de politierechtbank.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Meer over onze aanpak: advocaat strafrecht in Brussel.
Bronnen
- Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wetboek van Strafvordering, geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de rechtbank van eerste aanleg (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026. Meer over het kantoor