In de handelshuur beslissen termijnen over dossiers. Wie de aanvraag tot hernieuwing van zijn handelshuur één dag te laat verstuurt, verliest zijn recht — hoe goed de relatie met de verhuurder ook is, en hoeveel de zaak ook waard is. Deze pagina zet de duur, de hernieuwing, de opzegging en de uitzettingsvergoeding op een rij, voor huurder én verhuurder.
Wanneer geldt de Handelshuurwet?
De Handelshuurwet van 30 april 1951 geldt voor de huur van een onroerend goed dat, met instemming van de verhuurder, hoofdzakelijk wordt gebruikt voor kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman, met rechtstreeks contact met het publiek. Een kantoor, een magazijn zonder publiek of een vrij beroep valt er in beginsel buiten.
Dat onderscheid is het eerste wat wij nakijken: het bepaalt of u de bescherming van de Handelshuurwet geniet, dan wel onder het gemeen huurrecht valt.
De duur van een handelshuur: negen jaar, met uitstapmomenten
Een handelshuurovereenkomst duurt minstens negen jaar. De huurder kan de huur beëindigen bij het verstrijken van elke driejarige periode, met een opzegging van zes maanden, bij aangetekende brief of deurwaardersexploot. Partijen kunnen de lopende huur ook op elk ogenblik in onderling akkoord beëindigen, op voorwaarde dat dat akkoord wordt vastgesteld bij authentieke akte of bij een verklaring voor de rechter. In Wallonië volstaat daarvoor sinds 2018 een geschreven akte die ter registratie wordt aangeboden (Waals decreet van 15 maart 2018).
De verhuurder kan de huur bij het verstrijken van een driejarige periode alleen opzeggen als de overeenkomst hem dat recht uitdrukkelijk toekent. Ook dan kan het enkel om er zelf, of via bepaalde naasten, werkelijk een handel uit te oefenen, en met een opzeggingstermijn van één jaar (art. 3 Handelshuurwet).
Daarnaast bestaan er kortlopende handelshuurovereenkomsten — de zogenaamde “pop-uphuur” — die een eigen gewestelijke regeling kennen en niet onder hetzelfde beschermingsregime vallen.
De hernieuwing van de handelshuur: de termijn die alles bepaalt
De huurder heeft recht op drie hernieuwingen van telkens negen jaar. Wie zijn handel wil voortzetten, moet de hernieuwing aanvragen tussen de achttiende en de vijftiende maand vóór het einde van de lopende huur, op straffe van verval. Dat gebeurt bij aangetekende brief of deurwaardersexploot; een gewone brief, een koerier of een gewone e-mail volstaat niet.
De aanvraag moet de voorwaarden vermelden waaronder de huurder bereid is de nieuwe huur aan te gaan. Ze moet ook vermelden dat de verhuurder geacht wordt ermee in te stemmen als hij niet binnen drie maanden op dezelfde wijze antwoordt. Ontbreekt een van die vermeldingen, dan is de aanvraag nietig (art. 14 Handelshuurwet).
De verhuurder heeft daarna drie maanden om te antwoorden, eveneens bij aangetekende brief of deurwaardersexploot. Hij kan aanvaarden, weigeren met opgave van een wettelijke reden, andere voorwaarden voorstellen of het hogere aanbod van een derde meedelen. Antwoordt hij niet binnen die termijn, dan wordt hij geacht in te stemmen met de voorgestelde voorwaarden.
Stelt de verhuurder andere voorwaarden en komen partijen niet tot een akkoord, dan moet de huurder de zaak binnen dertig dagen na het antwoord van de verhuurder aan de vrederechter voorleggen, op straffe van verval (art. 18 Handelshuurwet). Voor beide partijen is de hernieuwing dus een agenda-item, geen formaliteit.
Wanneer mag de verhuurder de hernieuwing weigeren?
De wet somt de weigeringsgronden limitatief op. De belangrijkste in de praktijk: de verhuurder wil het pand persoonlijk betrekken of laten betrekken door bepaalde naasten; hij wil het goed een bestemming geven zonder handelsactiviteit; hij wil het gebouw wederopbouwen, wat meer is dan een gewone renovatie; de huurder is ernstig tekortgeschoten in zijn verplichtingen; of de huurder weigert het hogere aanbod van een derde te evenaren.
Elk van die gronden veronderstelt een concreet en aantoonbaar voornemen — een algemene verklaring volstaat niet.
De uitzettingsvergoeding: wat kost een weigering?
Wordt de hernieuwing geweigerd, dan heeft de huurder in veel gevallen recht op een uitzettingsvergoeding. Dat is geen vast forfait: artikel 25 van de Handelshuurwet hanteert een getrapte schaal naargelang de reden van de weigering.
- Eén jaar huur wanneer de verhuurder het goed een andere bestemming dan handel geeft of het gebouw wederopbouwt.
- Twee jaar huur wanneer de verhuurder of zijn naaste familie er zelf een soortgelijke handel drijft.
- Drie jaar huur, eventueel verhoogd met een aanvullende schadevergoeding, wanneer de verhuurder het ingeroepen voornemen zonder gewichtige reden niet uitvoert binnen zes maanden en gedurende minstens twee jaar.
Steunt de weigering op een ernstige tekortkoming van de huurder, dan is in beginsel geen vergoeding verschuldigd. Een weigering is dus een beslissing met een prijskaartje, en de onderhandeling vóór de weigering is vaak de betere piste.
Overdracht, onderhuur en verbouwingen
De huurder mag in beginsel verbouwingen uitvoeren die nuttig zijn voor zijn handel, binnen de grenzen die de wet stelt en na voorafgaande kennisgeving aan de verhuurder.
Een overdracht van de huur of een onderhuur samen met de handelszaak kan de overeenkomst niet verbieden. De verhuurder kan zich daartegen wel om gewichtige redenen verzetten, binnen dertig dagen nadat het ontwerp van overdracht of onderhuur hem werd betekend; anders wordt hij geacht in te stemmen (art. 10). De oorspronkelijke huurder blijft hoofdelijk gehouden tot alle verplichtingen uit de oorspronkelijke huurovereenkomst (art. 11). Los van de handelszaak kan het contract overdracht en onderhuur wel uitsluiten of beperken. Bij de overname van een handelszaak is dit meestal het punt waarop kopers struikelen.
Geschil over de handelshuur: de vrederechter
Handelshuurgeschillen behoren, ongeacht het bedrag, tot de bevoegdheid van de vrederechter van de plaats waar het pand ligt (artikelen 591, 1° en 629, 1° van het Gerechtelijk Wetboek).
Veel betwistingen — over de huurprijsherziening, de hernieuwing of de vergoeding — lenen zich voor een verzoeningspoging, wat sneller en goedkoper is dan een procedure ten gronde. Lees ook ons artikel over een huurgeschil voor de vrederechter.
Drie data om in uw agenda te zetten
- Achttien maanden vóór het einde van de huur: vanaf dan kan de aanvraag tot hernieuwing geldig worden verstuurd, niet eerder.
- Vijftien maanden vóór het einde: de uiterste grens. Wacht niet tot de laatste dag en bewaar het bewijs van verzending en van ontvangst.
- Drie maanden na de aanvraag: controleer of de verhuurder geantwoord heeft. Zijn stilzwijgen geldt als instemming met uw voorwaarden als uw aanvraag correct was — en u moet dat kunnen bewijzen.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak kan een handelshuur worden hernieuwd?
Drie keer, telkens voor negen jaar. Samen met de oorspronkelijke huur kan de huurrelatie zo tot zesendertig jaar duren.
Wat als ik de termijn van vijftien maanden heb gemist?
Dan kunt u de hernieuwing niet meer afdwingen en heeft u geen aanspraak op een uitzettingsvergoeding. U kunt nog onderhandelen over een nieuwe overeenkomst, maar de verhuurder is daartoe niet verplicht.
Mag de verhuurder bij de hernieuwing een hogere huur vragen?
Ja, hij kan in zijn antwoord andere voorwaarden voorstellen, ook een andere huurprijs. Komen partijen niet tot een akkoord, dan moet de huurder tijdig naar de vrederechter stappen, die over de voorwaarden beslist.
Advocaat handelshuur: Novex Advocaten staat u bij
Wij stellen aanvragen en antwoorden op binnen de wettelijke vormen, onderhandelen over de voorwaarden van de hernieuwing en voeren de procedure voor de vrederechter — voor huurders en voor verhuurders.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Bronnen
Meer over onze aanpak: advocaat huurrecht en vastgoedrecht in Brussel.
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 3 oktober 2026. Meer over het kantoor