Verblijfsregeling en co-ouderschap: hoe beslist de familierechtbank?

Verblijfsregeling na scheiding: co-ouderschap of hoofdverblijf? Hoe de familierechtbank beslist, het hoorrecht van het kind en hoe u uw dossier opbouwt.

Waar verblijven de kinderen na de scheiding? Geen enkele vraag weegt emotioneel zwaarder, en geen enkele wordt door de familierechtbank zorgvuldiger afgewogen. Of het nu gaat om co-ouderschap met een week-weekregeling of om een hoofdverblijf bij één ouder: de wet geeft de rechter voor de verblijfsregeling een duidelijk vertrekpunt, maar de uitkomst hangt af van de concrete situatie van het gezin en vooral van het belang van het kind. Dit artikel legt uit hoe ouderlijk gezag en verblijf zich tot elkaar verhouden, hoe de rechter beslist en hoe u uw standpunt het best onderbouwt.

Ouderlijk gezag en verblijf: twee verschillende zaken

Het ouderlijk gezag gaat over de belangrijke beslissingen in het leven van het kind: de school en de opleiding, de gezondheid, de opvoeding, de vrije tijd en de levensbeschouwelijke keuzes. Na een scheiding blijven beide ouders dat gezag in beginsel samen uitoefenen (artikel 374, § 1, oud Burgerlijk Wetboek). Tegenover derden te goeder trouw, zoals de school of een arts, wordt een ouder die alleen een handeling stelt die met het gezag verband houdt, vermoed te handelen met het akkoord van de andere ouder (artikel 373, tweede lid, oud Burgerlijk Wetboek). Dat vermoeden beschermt de derde, maar ontslaat de ouders niet van overleg over de belangrijke keuzes.

Zijn de ouders het niet eens, of is hun akkoord strijdig met het belang van het kind, dan kan de rechtbank de uitoefening van het gezag geheel of gedeeltelijk aan één ouder toevertrouwen. In de praktijk gebeurt dat enkel uitzonderlijk. De andere ouder behoudt dan het recht op persoonlijk contact met het kind en het recht om toezicht te houden op de opvoeding.

Het verblijf, of de huisvesting, gaat over de vraag bij wie het kind wanneer woont. Dat staat los van het gezag: ook een ouder bij wie het kind minder vaak verblijft, blijft bij gezamenlijk gezag mee beslissen over de belangrijke keuzes. Meer context vindt u in ons overzicht over scheiden met kinderen.

Welke verblijfsregeling is mogelijk?

  • Gelijkmatig verdeeld verblijf (in de volksmond co-ouderschap), vaak week-week of volgens een ander ritme waarin het kind ongeveer even veel tijd bij elke ouder doorbrengt;
  • Hoofdverblijf bij één ouder en secundair verblijf bij de andere, bijvoorbeeld om de veertien dagen een weekend en de helft van de schoolvakanties;
  • allerlei tussenvormen, afgestemd op de leeftijd van het kind en de werkroosters van de ouders.

Het wettelijke vertrekpunt: eerst het gelijkmatig verdeeld verblijf onderzoeken

Zijn de ouders het eens over het verblijf, dan bekrachtigt (homologeert) de rechtbank hun akkoord, tenzij het kennelijk strijdig is met het belang van het kind. Zijn ze het niet eens en oefenen ze het gezag samen uit, dan onderzoekt de rechtbank, op vraag van minstens één ouder, bij voorrang de mogelijkheid van een gelijkmatig verdeeld verblijf (artikel 374, § 2, oud Burgerlijk Wetboek).

Dat is een onderzoeksplicht, geen automatisme. Is de rechtbank van oordeel dat een gelijkmatig verdeeld verblijf niet de meest passende oplossing is, dan kan ze een ongelijk verdeeld verblijf vastleggen. Ze moet die keuze bijzonder motiveren, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en met het belang van de kinderen en van de ouders. Het belang van het kind blijft de maatstaf.

Waar kijkt de rechter naar?

De wet bevat geen lijst van criteria: ze verwijst naar de concrete omstandigheden en naar het belang van het kind, dat de rechter geval per geval invult. In de rechtspraak wegen onder meer:

  • de leeftijd en de noden van het kind;
  • de afstand tussen de woningen en de school;
  • de beschikbaarheid en de werkuren van elke ouder;
  • de manier waarop de zorg vóór de scheiding was verdeeld;
  • de communicatie en de samenwerking tussen de ouders;
  • de stabiliteit en de band van het kind met elke ouder;
  • de mening van het kind, als het werd gehoord.

Het hoorrecht van het kind

Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechtbank met een informatieformulier op de hoogte gebracht van hun recht om door de rechter te worden gehoord. Ze kunnen dat weigeren. Jongere kinderen kunnen worden gehoord op eigen vraag, op verzoek van een ouder of van het openbaar ministerie, of op initiatief van de rechter zelf (artikel 1004/1 Gerechtelijk Wetboek).

Het gesprek vindt plaats zonder de ouders en er wordt een verslag van opgemaakt. Gehoord worden betekent niet beslissen: het kind wordt geen partij in de procedure, en de rechter weegt zijn mening, naargelang van zijn leeftijd en maturiteit, af tegen alle andere elementen.

Eerst samen zoeken naar een oplossing

Een akkoord dat de ouders zelf uitwerken, houdt doorgaans beter stand dan een opgelegde regeling. De familierechtbank beschikt daarom over een kamer voor minnelijke schikking, waar ouders onder leiding van een rechter naar een akkoord kunnen zoeken. Ze kunnen er zelf, kosteloos en zonder formaliteiten, een beroep op doen of door de rechter worden doorverwezen.

Ook een erkende bemiddelaar kan helpen. Een akkoord dat zo wordt bereikt, kan door de rechtbank worden gehomologeerd, zodat het kan worden afgedwongen. Gaan gehuwde ouders uit elkaar, dan kan de verblijfsregeling ook deel uitmaken van een echtscheiding door onderlinge toestemming.

De procedure bij de familierechtbank

De ouders kunnen hun akkoord laten vastleggen door de familierechtbank. Bij onenigheid legt de rechtbank de regeling op, na een zitting waarop beide ouders hun standpunt toelichten.

In dringende gevallen kan snel een voorlopige regeling worden gevraagd. Meer over dringende en voorlopige maatregelen.

Beslissingen over kinderen zijn nooit helemaal definitief. Voor zaken die sinds 1 september 2014 werden ingeleid, blijft de familierechtbank gevat (artikel 1253ter/7 Gerechtelijk Wetboek): bij nieuwe elementen kan de zaak zonder nieuwe dagvaarding opnieuw worden voorgelegd. Een wijziging vereist wel nieuwe elementen en een onderbouwd dossier.

Uw dossier opbouwen

Wie een regeling vraagt, moet ze aannemelijk maken: een aangepaste woning, werkbare uurroosters, een concrete organisatie van school, opvang en vrije tijd. Verwijten aan de andere ouder overtuigen zelden; een kindgericht en realistisch plan des te meer. Bewaar berichten en afspraken, en houd een overzicht bij van hoe de regeling in de praktijk verloopt.

Verblijf en onderhoudsbijdrage

De verblijfsregeling heeft rechtstreeks gevolgen voor de verdeling van de kosten. De ouder bij wie het kind verblijft, draagt tijdens dat verblijf de dagelijkse kosten. De ouders dragen de kosten van het kind naar verhouding van hun middelen (artikel 203 oud Burgerlijk Wetboek), en de rechter houdt bij de berekening onder meer rekening met de verblijfsregeling (artikel 1321 Gerechtelijk Wetboek).

Een gelijkmatig verdeeld verblijf betekent dus niet automatisch dat er geen onderhoudsbijdrage verschuldigd is: bij een groot verschil in inkomen, of wanneer één ouder de meeste vaste kosten draagt, kan een bijdrage nog steeds gerechtvaardigd zijn.

Veelgestelde vragen

Mag een ouder zomaar met de kinderen verhuizen?

Een verhuis die de verblijfsregeling of de school van het kind raakt, is een belangrijke beslissing. Bij gezamenlijk gezag vergt ze in de regel het akkoord van de andere ouder, of anders een beslissing van de familierechtbank. Een verhuis naar het buitenland zonder akkoord kan bovendien een ongeoorloofde overbrenging van het kind (internationale kinderontvoering) uitmaken, namelijk wanneer de verhuis het gezagsrecht van de andere ouder schendt (artikel 2, lid 2, punt 11, Verordening (EU) 2019/1111; Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980).

Wat als de andere ouder de regeling niet naleeft?

Documenteer elke weigering. Mogelijkheden zijn een dwangsom, een herziening van de regeling en, in ernstige gevallen, strafrechtelijke stappen wegens niet-afgeven van kinderen (artikel 677 Strafwetboek, voor feiten vanaf 1 september 2026). Een advocaat helpt u de gepaste reactie te kiezen.

Wordt een kind van twaalf jaar gevolgd in zijn keuze?

Het kan worden gehoord, maar beslist niet. De rechter plaatst de mening van het kind in het volledige plaatje.

Moeten we naar de rechtbank als we het al eens zijn?

Dat is niet verplicht. Een akkoord dat door de familierechtbank is gehomologeerd, kan wel worden afgedwongen; een onderhandse afspraak moet bij betwisting eerst aan de rechter worden voorgelegd.

Novex Advocaten staat u bij

Moet een verblijfsregeling worden vastgelegd, aangepast of aangevochten? Wij bouwen een kindgericht dossier op en verdedigen uw standpunt voor de familierechtbank, in het Nederlands, het Frans, het Engels of het Arabisch. Lees ook ons artikel over de onderhoudsbijdrage voor kinderen.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026. Meer over het kantoor