Alcohol achter het stuur is het meest voorkomende feit voor de Belgische politierechtbanken. De gevolgen reiken verder dan de geldboete: een rijverbod, herstelexamens en een alcoholslot wegen vaak zwaarder door dan het bedrag op de dagvaarding. Hieronder leest u wat de wet precies bepaalt en waar de verdediging ruimte heeft.
De grenswaarden
- 0,22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht (0,5 promille in het bloed) is de algemene grens.
- 0,09 mg/l (0,2 promille) geldt voor wie een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs van de categorie C1, C, D1 of D vereist is, en voor wie personen vervoert met een voertuig waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden, zoals een taxi (artikel 34, § 3 Wegverkeerswet).
- Vanaf 0,35 mg/l (0,8 promille) spreekt de wet van strafbare alcoholintoxicatie met de zwaarste strafmaat (artikel 34, § 2, 1°).
De vaststelling verloopt in twee stappen: een ademtest, en bij een resultaat van minstens 0,22 mg/l een ademanalyse (artikel 60, § 1). In de gevallen die de wet bepaalt kan een bloedproef volgen.
Wat u riskeert
Tussen 0,22 en 0,35 mg/l
De wet voorziet een geldboete van 200 tot 4.000 euro (artikel 34, § 1). Met de opdeciemen is dat vandaag 250 tot 5.000 euro. In de praktijk stelt de politie een onmiddellijke inning voor: sinds 1 juli 2026 bedraagt die 207 euro voor wie net boven 0,5 promille blaast, tegenover 189 euro voordien. Betaalt u, dan is de zaak in de regel afgehandeld.
Vanaf 0,35 mg/l
Hier voorziet artikel 34, § 2 een geldboete van 1.600 tot 16.000 euro. Sinds 1 september 2026 worden die wettelijke bedragen met de opdeciemen vermenigvuldigd met 1,25, zodat het werkelijke bedrag tussen 2.000 en 20.000 euro ligt, nog te verhogen met de gerechtskosten. Beide schijven worden bestraft met een straf van niveau 1 van het nieuwe Strafwetboek: een gevangenisstraf is uitgesloten, en in plaats van een geldboete kan de rechter onder meer een werkstraf van 20 tot 120 uur opleggen. Voor feiten van vóór 1 september 2026 geldt de regeling van dat moment, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Ook hier kan de politie nog een onmiddellijke inning voorstellen — boven 0,8 promille 472 euro sinds 1 juli 2026 — maar bij hogere waarden, bij herhaling of na een ongeval volgt een dagvaarding.
Dezelfde strafmaat geldt voor wie zonder wettige reden weigert zich aan de ademtest, de ademanalyse of de bloedproef te onderwerpen (artikel 34, § 2, 3°). Een weigering is met andere woorden geen uitweg: ze wordt bestraft alsof u boven 0,8 promille reed.
Bij herhaling ligt de lat hoger. Wie binnen drie jaar na een veroordeling voor een van deze misdrijven, voor dronkenschap of voor drugs in het verkeer opnieuw voor zo’n misdrijf wordt veroordeeld, riskeert een straf van niveau 2 — onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar — en een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro (artikel 36).
Dronkenschap is iets anders
Dronkenschap of een soortgelijke staat, onder meer door drugs of geneesmiddelen, wordt apart bestraft in artikel 35: een geldboete van 2.000 tot 20.000 euro (straf van niveau 1) én een verplicht verval van het recht tot sturen van minstens één maand tot vijf jaar of voorgoed. Anders dan bij alcoholintoxicatie heeft de rechter hier geen keuze over het rijverbod zelf. Dronkenschap wordt vastgesteld op basis van uiterlijke tekenen, niet op basis van een meting.
Het rijbewijs: drie maatregelen die u niet mag verwarren
- Het tijdelijk rijverbod. Wie positief test, is sinds 1 juli 2026 steeds twaalf uur zijn rijbewijs kwijt. Voordien varieerde dat van twee tot twaalf uur naargelang de intoxicatie. U krijgt het terug na een negatieve alcoholtest.
- De onmiddellijke intrekking. In de gevallen die artikel 55 opsomt kan het parket uw rijbewijs onmiddellijk intrekken voor vijftien dagen. De procureur kan de politierechtbank vragen die intrekking te verlengen met ten hoogste drie maanden; de rechtbank doet daarover uitspraak in openbare zitting (artikel 55bis). Dit is geen straf, maar een voorlopige maatregel — en u kunt zich laten bijstaan om de teruggave te bepleiten.
- Het verval van het recht tot sturen. Dat is de eigenlijke straf, uitgesproken door de rechter, van acht dagen tot vijf jaar (artikel 38, § 1, 1°).
امتحانات استرداد رخصة القيادة
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van vier proeven: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek (artikel 38, § 3). Sinds 1 januari 2026 kan hij daarnaast een specifieke opleiding opleggen, die het theoretisch of praktisch examen kan aanvullen of vervangen.
In twee gevallen heeft hij geen keuze:
- Herhaling. Wie binnen drie jaar na een vorige veroordeling opnieuw wordt veroordeeld voor een van de zwaardere verkeersmisdrijven, krijgt verplicht een verval van minstens drie maanden en de vier herstelexamens (artikel 38, § 6). Bij een tweede herhaling wordt dat zes maanden, bij een derde negen maanden.
- Jonge bestuurders. Wie nog geen twee jaar houder is van een rijbewijs B, krijgt verplicht een verval en minstens het theoretisch of praktisch examen opgelegd (artikel 38, § 5).
Het alcoholslot
Bij een veroordeling wegens alcoholintoxicatie, dronkenschap of herhaling kan de rechter de geldigheid van uw rijbewijs beperken tot voertuigen met een alcoholslot, voor één tot drie jaar of levenslang, op voorwaarde dat u het omkaderingsprogramma volgt (artikel 37/1, § 1).
Vanaf 0,78 mg/l uitgeademde lucht (1,8 promille) is het alcoholslot in beginsel verplicht: legt de rechter het niet op, dan moet hij dat uitdrukkelijk motiveren. Bij herhaling waarbij telkens minstens 0,50 mg/l (1,2 promille) werd gemeten, geldt dezelfde verplichting.
Twee zaken worden vaak vergeten. De rechter kan gemotiveerd bepaalde voertuigcategorieën buiten de beperking houden (artikel 37/1, § 2), en hij kan de geldboete verminderen met de kosten van de installatie, het gebruik en het omkaderingsprogramma (artikel 37/1, § 3). Rijden zonder het opgelegde alcoholslot is een apart misdrijf, bestraft met een straf van niveau 2 — onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar — en een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro (artikel 37/1, § 4).
Waar de verdediging aanzet
Een ademanalyse is aan strikte vormvoorschriften onderworpen. Wij gaan systematisch na of het toestel gehomologeerd en geijkt was, of de wachttijd van vijftien minuten werd gerespecteerd, of u op uw recht op een tweede analyse en op een tegenexpertise werd gewezen, of de bloedproef correct werd afgenomen en bewaard, en of de vaststellingen in het proces-verbaal elkaar niet tegenspreken. Elk van die punten kan de bewijswaarde van de meting onderuithalen.
Staat het resultaat vast, dan verschuift het debat naar de straf. Opschorting van de uitspraak of uitstel, een rijverbod dat enkel in het weekend loopt (artikel 38, § 2bis), een beperking tot bepaalde voertuigcategorieën (artikel 45) en een vermindering van de geldboete met de kosten van de herstelonderzoeken (artikel 29, § 4) zijn reële mogelijkheden — maar enkel voor wie ze vraagt en staaft. Wie leeft van zijn rijbewijs, brengt dat het best met stukken aan: een werkgeversattest, loonfiches, een overzicht van de verplaatsingen.
Novex Advocaten staat u bij
Bezorg ons uw proces-verbaal of dagvaarding, dan weet u snel welke straf realistisch is en welke argumenten uw dossier draagt. Wij pleiten voor de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst, in het Nederlands en het Frans.
اتصل بنا 0484 99 22 72 أو البريد asfour@novexadvocaten.be.
المزيد عن منهجنا: avocat alcool au volant.
Sources
- Loi du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière, texte coordonné sur Justel (consulté le 24 septembre 2026)
- Loi du 29 février 2024 introduisant le livre Ier du Code pénal, Justel (consulté le 24 septembre 2026)
- Cours et tribunaux : les tribunaux de police (consulté le 24 septembre 2026)