Wanneer een situatie dringend is en een gewone procedure te lang zou duren, biedt het kort geding een snelle oplossing. Maar wanneer is een kort geding in België mogelijk, hoe verloopt de dagvaarding in kort geding en wat kan de rechter beslissen? Dit artikel geeft een praktisch overzicht van deze spoedprocedure in het Belgisch recht.
Wat is een kort geding?
Het kort geding is een spoedprocedure voor de voorzitter van de rechtbank, geregeld in artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek. De voorzitter beslist niet definitief over de rechten van de partijen, maar legt een voorlopige maatregel op om dringende schade te voorkomen of te laten ophouden. Een latere procedure ten gronde kan tot een andere uitkomst leiden, want de beschikking doet geen afbreuk aan de zaak zelf.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1039 van het Gerechtelijk Wetboek): ze moet worden nageleefd, ook als er verzet of hoger beroep wordt ingesteld. De voorzitter kan de uitvoering wel afhankelijk maken van het stellen van een borgtocht.
De voorwaarden voor een kort geding
- Hoogdringendheid: volgens vaste rechtspraak is er hoogdringendheid wanneer de vrees voor schade van een zekere omvang, of voor ernstige ongemakken, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Een beslissing binnen de termijnen van een gewone procedure zou dan te laat komen. Wie zelf lang heeft stilgezeten, kan zich moeilijk nog op hoogdringendheid beroepen.
- Voorlopigheid: de gevraagde maatregel moet voorlopig zijn en mag de rechten van de partijen niet definitief vastleggen. De rechter onderzoekt de rechten van de partijen wel, maar alleen om te beoordelen of ze voldoende schijn van recht hebben om een voorlopige maatregel te rechtvaardigen.
Voorbeelden uit de praktijk
- Ondernemingen: een voorlopig verbod op oneerlijke praktijken, de verderzetting van leveringen die van levensbelang zijn voor een onderneming, of de bescherming van bedrijfsgeheimen.
- Bouw en buren: de stopzetting van werken die schade dreigen te veroorzaken, of de aanstelling van een gerechtsdeskundige om schade vast te stellen voordat ze verdwijnt. Zie ook ons artikel over burenhinder en erfdienstbaarheden.
- Aansprakelijkheid: een provisie op een schadevergoeding wanneer de schuld weinig betwistbaar is en de eiser dringend middelen nodig heeft.
- Intellectuele rechten: een voorlopig verbod op een kennelijke inbreuk op een merk of een auteursrecht.
Voor oneerlijke marktpraktijken en inbreuken op intellectuele rechten bestaat daarnaast de stakingsvordering. Die verloopt volgens de vormen van het kort geding, maar vereist geen hoogdringendheid en leidt tot een beslissing ten gronde.
In familiezaken gelden eigen regels: de familierechtbank behandelt dringende zaken zelf, zonder dat een kort geding voor de voorzitter nodig is. Lees daarover ons artikel over dringende maatregelen voor de familierechtbank.
Wat kan de voorzitter in kort geding bevelen?
De voorzitter kan elke voorlopige maatregel bevelen die nodig is om de rechten van de partijen te vrijwaren: een verbod of een bevel om iets te doen, de aanstelling van een gerechtsdeskundige, een sekwester, het bewaren van bewijsstukken of de betaling van een provisie. Hij kan echter geen definitieve beslissing nemen over de grond van de zaak, zoals de ontbinding van een contract of de toekenning van een definitieve schadevergoeding. Daarvoor is een procedure ten gronde nodig.
Om de naleving te verzekeren, kan de voorzitter de maatregel koppelen aan een dwangsom (artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek). Een dwangsom is wel uitgesloten bij een veroordeling tot betaling van een geldsom, zoals een provisie.
Welke rechter is bevoegd?
- de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, met de meest algemene bevoegdheid;
- de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, voor geschillen die tot de bevoegdheid van die rechtbank behoren;
- de voorzitter van de arbeidsrechtbank, voor arbeidsrechtelijke en sociale geschillen.
Hoe verloopt de procedure in kort geding?
Het kort geding wordt in de regel ingeleid met een dagvaarding, betekend door een gerechtsdeurwaarder. De termijn tussen de betekening en de zitting bedraagt in beginsel ten minste twee dagen (artikel 1035 van het Gerechtelijk Wetboek). In uiterst dringende gevallen kan de voorzitter toelaten dat van uur tot uur wordt gedagvaard (artikel 1036 van het Gerechtelijk Wetboek).
Op de zitting brengen beide partijen hun argumenten naar voren, vaak met korte conclusies en stukken. De voorzitter spreekt daarna een beschikking uit, meestal binnen korte tijd.
Bij volstrekte noodzakelijkheid, bijvoorbeeld wanneer het verrassingseffect essentieel is om bewijs veilig te stellen, kan de voorzitter ook op eenzijdig verzoekschrift beslissen, zonder dat de tegenpartij vooraf wordt gehoord. Die partij kan daarna derdenverzet instellen. Wordt het verzoek afgewezen, dan kan de verzoeker hoger beroep instellen.
Hoe bereidt u een kort geding voor?
Een kort geding vraagt snelheid, maar ook een goed dossier. Verzamel alle stukken die de dringendheid en uw recht aantonen: contracten, briefwisseling, foto’s, vaststellingen door een gerechtsdeurwaarder.
Stuur, als de situatie dat toelaat, eerst een ingebrekestelling: zo toont u aan dat de tegenpartij de kans kreeg om de situatie zelf recht te zetten. Handel daarna snel, want de rechter beoordeelt de hoogdringendheid op het ogenblik van zijn uitspraak. Een situatie die intussen is opgelost, rechtvaardigt geen maatregel meer.
Rechtsmiddelen tegen een beschikking in kort geding
Tegen een beschikking in kort geding kan hoger beroep worden ingesteld, in de regel binnen een maand na de betekening (artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek). Het hoger beroep wordt behandeld door het hof van beroep of, voor beschikkingen van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, door het arbeidshof. Het hoger beroep schorst de uitvoering niet.
Werd een partij bij verstek veroordeeld, dan kan ze in de regel verzet aantekenen, eveneens binnen een maand na de betekening (artikel 1048 van het Gerechtelijk Wetboek).
Risico’s en kosten van een kort geding
Het kort geding is krachtig, maar niet zonder risico. Wordt uw vordering afgewezen, bijvoorbeeld omdat de hoogdringendheid niet bewezen is, dan draagt u in de regel de kosten, waaronder een rechtsplegingsvergoeding voor de tegenpartij.
Bovendien gebeurt de uitvoering van een beschikking op risico van de partij die ze laat uitvoeren (artikel 1398 van het Gerechtelijk Wetboek). Blijkt de maatregel later ten gronde onterecht, dan kunt u de schade moeten vergoeden die de tegenpartij daardoor leed. Een grondige analyse vooraf is dus essentieel.
Veelgestelde vragen
Hoe snel kan een kort geding worden behandeld?
Afhankelijk van de rechtbank en de dringendheid binnen enkele dagen tot enkele weken. In uitzonderlijke gevallen, met een dagvaarding van uur tot uur, kan het nog sneller.
Wat als de tegenpartij de beschikking niet naleeft?
De beschikking is uitvoerbaar: een gerechtsdeurwaarder kan ze betekenen en, zo nodig, laten uitvoeren, bijvoorbeeld via beslag. Koppelde de voorzitter er een dwangsom aan, dan verbeurt de tegenpartij die dwangsom zodra ze de beschikking na de betekening niet naleeft, tenzij de voorzitter haar daarvoor een termijn gaf. De verbeurde dwangsommen kunnen dan bij haar worden ingevorderd.
Moet ik daarna nog een procedure ten gronde voeren?
Niet noodzakelijk. Vaak volgen de partijen de voorlopige beslissing of sluiten ze op basis daarvan een akkoord. Een procedure ten gronde blijft wel mogelijk, en soms verbindt de voorzitter de maatregel aan de voorwaarde dat zo’n procedure binnen een bepaalde termijn wordt ingeleid.
Wat is het verschil tussen een dagvaarding in kort geding en een eenzijdig verzoekschrift?
Bij een dagvaarding worden beide partijen gehoord voordat de voorzitter beslist. Het eenzijdig verzoekschrift is de uitzondering: het is enkel toegelaten bij volstrekte noodzakelijkheid, en de tegenpartij kan pas nadien reageren via derdenverzet.
Novex Advocaten staat u bij
Wij beoordelen snel of uw situatie in aanmerking komt voor een kort geding, stellen de dagvaarding of het verzoekschrift op en pleiten de zaak. Lees ook ons artikel over de rechtsplegingsvergoeding en over het bewarend beslag.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be: in dringende zaken telt elke dag.
Meer over onze aanpak: onze expertise.
Bronnen
- Gerechtelijk Wetboek, geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: het vredegerecht (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de politierechtbanken (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor



