Verdachte in een strafzaak: uw rechten en het verloop van de procedure

EXPERTISE DETAIL

Verdachte in een strafzaak: uw rechten en het verloop van de procedure

Rechtershamer en handboeien, beeld bij strafrecht

Bent u verdachte in een strafzaak? Een uitnodiging voor verhoor, een huiszoeking of een brief van het parket kan het begin zijn van een procedure die snel gaat en ingrijpende gevolgen kan hebben voor uw werk, uw gezin en uw toekomst. Dit artikel legt uit hoe een strafzaak in België verloopt, welke rechten u in elke fase hebt en hoe een zaak zo goed mogelijk kan worden afgesloten. Het houdt rekening met het nieuwe Strafwetboek, dat sinds 1 september 2026 van kracht is.

Het nieuwe Strafwetboek in het kort

Het oude onderscheid tussen overtredingen, wanbedrijven en misdaden is vervangen door acht strafniveaus (artikel 36 Strafwetboek). Een straf van niveau 1 omvat geen gevangenisstraf. De rechter kiest dan onder meer tussen een geldboete van 200 tot 20.000 euro (te verhogen met de opdeciemen), een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf van zes tot twaalf maanden.

Vanaf niveau 2 is een gevangenisstraf mogelijk, van zes maanden tot drie jaar. Op dat niveau kan de rechter ook kiezen voor een straf onder elektronisch toezicht van één maand tot één jaar, een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur of een probatiestraf van meer dan twaalf tot vierentwintig maanden. De hoogste niveaus gaan tot levenslange gevangenisstraf.

Voor feiten van vóór 1 september 2026 geldt de wet van het moment van de feiten, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). In lopende dossiers moet dus telkens worden nagegaan welke regeling voor u de mildste is. Wat dit concreet betekent voor verkeersmisdrijven, leest u in ons artikel over het nieuwe Strafwetboek in het verkeer.

Verdachte in een strafzaak: hoe begint de procedure?

De meeste zaken beginnen met een proces-verbaal van de politie, na een klacht, een vaststelling of een controle. Het parket leidt dan een opsporingsonderzoek. Voor ingrijpende maatregelen, zoals een aanhoudingsbevel of in de regel een huiszoeking, is een onderzoeksrechter nodig.

Die onderzoeksrechter kan een volledig gerechtelijk onderzoek voeren. Hij kan ook, op vraag van de procureur des Konings, één bepaalde onderzoekshandeling stellen zonder dat een gerechtelijk onderzoek wordt ingesteld: het zogenaamde mini-onderzoek (artikel 28septies Wetboek van strafvordering). Een aanhoudingsbevel is langs die weg uitgesloten.

Uw rechten als verdachte bij een verhoor

Wordt u als verdachte verhoord, dan moet u vooraf kort worden ingelicht over de feiten en over uw rechten (artikel 47bis Wetboek van strafvordering). U hebt onder meer het recht om te zwijgen en het recht om uzelf niet te beschuldigen. Begrijpt of spreekt u de taal van de procedure niet, dan hebt u recht op de bijstand van een tolk.

Voor feiten waarvoor een vrijheidsstraf kan worden opgelegd, hebt u bovendien recht op een vertrouwelijk overleg met een advocaat vóór het verhoor en op bijstand van die advocaat tijdens het verhoor. Wie schriftelijk wordt uitgenodigd, moet zelf een advocaat contacteren. Lees meer in ons artikel over uw rechten bij een politieverhoor.

Arrestatie en voorlopige hechtenis

Buiten heterdaad kan de procureur des Konings iemand tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, ten hoogste 48 uur van zijn vrijheid beroven (artikel 2 Wet Voorlopige Hechtenis). Binnen die termijn moet u worden vrijgelaten, tenzij een onderzoeksrechter u heeft gehoord en u een aanhoudingsbevel heeft laten betekenen.

Een aanhoudingsbevel is alleen mogelijk bij volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en voor feiten waarop een straf van niveau 2 of een zwaardere straf staat (artikel 16 Wet Voorlopige Hechtenis). In de regel moeten er bovendien ernstige redenen zijn om te vrezen dat u zou vluchten, nieuwe misdrijven zou plegen, bewijzen zou laten verdwijnen of zich met derden zou verstaan.

Binnen vijf dagen beslist de raadkamer of de hechtenis wordt gehandhaafd; daarna volgt een regelmatige controle. Een vrijlating onder voorwaarden of een hechtenis onder elektronisch toezicht kan een alternatief zijn. Lees meer over de voorlopige hechtenis en de raadkamer.

Huiszoeking en inbeslagname

Uw woning is grondwettelijk beschermd (artikel 15 Grondwet). Een huiszoeking vereist in beginsel een bevel van een onderzoeksrechter, uw schriftelijke toestemming of een situatie van heterdaad. Ze mag in de regel niet plaatsvinden vóór 5 uur ’s morgens of na 21 uur ’s avonds (artikel 1 van de wet van 7 juni 1969).

Tijdens een huiszoeking kunnen voorwerpen in beslag worden genomen, zoals een gsm, een computer of geld. Wie door een inbeslagname wordt geschaad, kan de opheffing ervan vragen: tijdens het opsporingsonderzoek aan de procureur des Konings (artikel 28sexies Wetboek van strafvordering), tijdens een gerechtelijk onderzoek aan de onderzoeksrechter (artikel 61quater). Wat u wel en niet moet doen, leest u in ons artikel over de huiszoeking.

Inzage in het strafdossier

Tijdens het opsporingsonderzoek kunt u de procureur des Konings met een verzoekschrift vragen om het dossier in te zien of er een afschrift van te krijgen (artikel 21bis Wetboek van strafvordering). Hij kan weigeren, bijvoorbeeld wanneer het onderzoek dat vereist.

Loopt er een gerechtelijk onderzoek, dan richt u het verzoek aan de onderzoeksrechter (artikel 61ter). Die beslist binnen een maand; tegen zijn beslissing staat hoger beroep open bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Voordat de raadkamer over de verwijzing beslist, en zodra u gedagvaard bent, kan uw advocaat het volledige dossier inzien.

Een zaak afsluiten zonder proces

Niet elke strafzaak eindigt voor de rechter. Het parket kan een zaak seponeren, maar een sepot is in de regel niet definitief: zolang de feiten niet verjaard zijn, kan de zaak worden heropend. Het parket kan ook een bemiddeling in strafzaken voorstellen (artikel 216ter Wetboek van strafvordering).

Bij een minnelijke schikking betaalt u een geldsom en vervalt de strafvordering, zonder veroordeling (artikel 216bis Wetboek van strafvordering). De schade van het slachtoffer moet in beginsel vergoed of minstens erkend zijn. Of dat een goede keuze is, hangt af van het dossier. Lees meer over de minnelijke schikking in strafzaken.

Daarnaast bestaat de voorafgaande erkenning van schuld (artikel 216 Wetboek van strafvordering). U erkent de feiten, het parket stelt een straf voor en de rechter bekrachtigt dat akkoord zonder volledig proces. Anders dan bij een minnelijke schikking volgt hier een vonnis van de rechter.

Voor de rechter

Na een gerechtelijk onderzoek beslist de raadkamer of u naar de rechtbank wordt verwezen. In andere gevallen dagvaardt het parket u rechtstreeks. De meeste misdrijven worden behandeld door de correctionele rechtbank, verkeerszaken door de politierechtbank en de zwaarste zaken door het hof van assisen.

U mag zich in de regel laten vertegenwoordigen door een advocaat, maar de rechtbank kan uw persoonlijke verschijning bevelen. Lees meer in ons artikel over een dagvaarding voor de correctionele rechtbank.

Tegen een vonnis kunt u hoger beroep instellen binnen 30 dagen na de uitspraak, met een grievenformulier waarin u aanduidt wat u betwist (artikelen 203 en 204 Wetboek van strafvordering). Werd u bij verstek veroordeeld, dan kunt u in de regel verzet aantekenen binnen 15 dagen na de betekening van het vonnis (artikel 187).

De straf en de gunstmaatregelen

Ook wanneer de feiten bewezen zijn, heeft de rechter veel ruimte. Hij kan onder meer:

  • de uitspraak opschorten, met uw instemming, bij misdrijven van niveau 1 tot 6, met een proeftijd van één tot vijf jaar: er volgt dan geen veroordeling zolang de opschorting niet wordt herroepen (artikel 64 Strafwetboek);
  • uitstel verlenen voor straffen die niveau 3 niet te boven gaan, eventueel onder voorwaarden (artikel 65);
  • een werkstraf opleggen, als u daarmee instemt, persoonlijk of via uw advocaat (artikel 45);
  • zich beperken tot een veroordeling bij schuldigverklaring, een straf die bestaat voor misdrijven van niveau 1 en 2: de rechter stelt uw schuld vast, zonder een andere straf op te leggen (artikel 51).

Bij een geldboete houdt de rechter rekening met uw financiële draagkracht; in een precaire toestand kan hij zelfs onder het wettelijke minimum gaan (artikel 52 Strafwetboek). De keuze hangt verder af van de feiten, van uw strafregister en van wat u zelf aanbrengt: een regeling met het slachtoffer, een begeleiding of therapie, werk en een stabiele woonsituatie.

Vaak staat echter eerst de schuldvraag centraal. Het is aan het openbaar ministerie om de feiten te bewijzen, en bij redelijke twijfel moet de rechter u vrijspreken. Voor verkeerszaken leest u meer over de mildere straffen voor de politierechtbank.

Veelvoorkomende dossiers

Novex Advocaten behandelt onder meer dossiers van slagen en verwondingen, diefstal, drugs en laster en belediging. Na een veroordeling kan het ook zinvol zijn uw strafblad op te schonen.

Veelgestelde vragen

Moet ik antwoorden op de vragen van de politie?

Nee. Na het bekendmaken van uw identiteit kiest u zelf of u een verklaring aflegt, op vragen antwoordt of zwijgt. Uw zwijgen kan niet als schuldbekentenis worden aangerekend. Een verhoor voorbereiden met een advocaat is meestal verstandiger dan improviseren.

Het slachtoffer heeft zijn klacht ingetrokken. Is de zaak dan voorbij?

Niet noodzakelijk. Het openbaar ministerie beslist zelfstandig over de vervolging, ook als het slachtoffer zijn klacht intrekt. Een regeling met het slachtoffer en de vergoeding van de schade wegen wel mee in die beslissing en in de strafmaat.

Kan ik een pro-Deoadvocaat krijgen?

Wie aan de inkomensvoorwaarden voldoet, heeft via het Bureau voor Juridische Bijstand recht op juridische tweedelijnsbijstand, volledig of gedeeltelijk kosteloos. Wordt u gearresteerd en wenst u bijstand zonder zelf een advocaat te kiezen, dan wordt de permanentiedienst van de balie gecontacteerd.

Novex Advocaten staat u bij

In een strafzaak is het eerste contact vaak beslissend: vóór het verhoor, na een huiszoeking of bij de eerste brief van het parket. Wij staan u bij vanaf dat moment tot de uitspraak, in het Nederlands, het Frans, het Engels en het Arabisch, met de discretie die een strafdossier vraagt.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor