Snelheidsovertreding in België: boetes, rijverbod en verdediging

EXPERTISE DETAIL

Snelheidsovertreding in België: boetes, rijverbod en verdediging

Wie in België een snelheidsovertreding begaat, weet zelden op voorhand welke boete hem te wachten staat. Dat hangt niet alleen af van het aantal kilometer per uur dat u te snel reed, maar ook van de plaats waar dat gebeurde, van uw eventuele eerdere veroordelingen en van hoelang u uw rijbewijs al hebt. Hieronder vindt u de regeling zoals ze vandaag geldt: de straffen voor feiten vanaf 1 september 2026, de bedragen voor oudere feiten en de ruimte voor verdediging.

Snelheidsovertreding: onmiddellijke inning of dagvaarding?

Voor beperkte overschrijdingen stellen de daartoe gemachtigde politieambtenaren een onmiddellijke inning voor. Dat kan alleen voor de overtredingen die de Koning daartoe heeft aangewezen, wanneer het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt en de bestuurder ermee instemt (artikel 65, § 1 Wegverkeerswet). Betaalt u, dan vervalt de strafvordering en komt de zaak niet voor de rechtbank, tenzij het openbaar ministerie u binnen een maand na de betaling laat weten dat het u toch vervolgt.

De bedragen sinds 1 juli 2026, telkens te verhogen met een administratieve toeslag van 10,67 euro:

  • Binnen de bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving, een erf of woonerf: 58 euro voor de eerste 10 km/u te snel; daarboven 58 euro plus 12 euro per bijkomende kilometer per uur. Bij meer dan 30 km/u te snel is geen onmiddellijke inning meer mogelijk (artikel 7 van het koninklijk besluit van 19 april 2014).
  • Op alle andere wegen: 58 euro voor de eerste 10 km/u te snel; daarboven 58 euro plus 7 euro per bijkomende kilometer per uur. Bij meer dan 40 km/u te snel is geen onmiddellijke inning meer mogelijk.

De bedragen van de onmiddellijke inningen worden geregeld aangepast, voor het laatst op 1 juli 2026. Doorslaggevend is het bedrag dat op het betalingsvoorstel staat dat u ontvangt.

Betaalt u de onmiddellijke inning niet, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen (artikel 216bis Wetboek van strafvordering). Wordt ook die niet betaald, dan kan de procureur des Konings u een bevel tot betalen sturen: het bedrag wordt verhoogd met 35 % en moet binnen 30 dagen worden betaald. Tegen dat bevel kunt u binnen 30 dagen beroep instellen bij de politierechtbank (artikel 65/1 Wegverkeerswet).

Het parket kan u ook meteen dagvaarden voor de politierechtbank; bij een grote overschrijding is dat de regel, omdat alleen een rechter een rijverbod kan opleggen. In het Vlaams Gewest kunnen gemeenten die daarvoor kiezen overschrijdingen van ten hoogste 20 km/u op wegen met een limiet van 30 of 50 km/u bovendien afhandelen met een gemeentelijke administratieve sanctie (artikel 29quater Wegverkeerswet).

Boete voor een snelheidsovertreding sinds 1 september 2026

Voor de rechtbank is er geen tarief per schijf. Artikel 29, § 3 Wegverkeerswet bepaalt één vork voor elke snelheidsovertreding: sinds 1 september 2026 een straf van niveau 1, dus geen gevangenisstraf. De wet vermeldt een geldboete van 80 tot 4.000 euro, te vermenigvuldigen met 1,25 (de opdeciemen).

Let op: een snelheidsovertreding levert dus een geldboete op van 100 tot 5.000 euro, te verhogen met de gerechtskosten. Binnen die vork weegt de omvang van de overschrijding zwaar door. Een straf van niveau 1 hoeft bovendien geen geldboete te zijn: de rechter kan ook kiezen voor een werkstraf van 20 tot 120 uur, een probatiestraf van 6 tot 12 maanden of een veroordeling bij schuldigverklaring (artikel 36 van het nieuwe Strafwetboek).

Feiten van vóór 1 september 2026

Voor oudere feiten geldt de regeling van dat moment, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Het oude artikel 29, § 3 voorzag enkel in een geldboete, met basisbedragen van 10 tot 500 euro. Het werkelijke bedrag hangt af van de datum van de feiten:

Datum van de feitenRegelingWerkelijke geldboete
Vóór 1 februari 2026Oud recht, opdeciemen × 880 tot 4.000 euro
1 februari tot 31 augustus 2026Oud recht, opdeciemen × 10100 tot 5.000 euro
Vanaf 1 september 2026Straf van niveau 1, opdeciemen × 1,25100 tot 5.000 euro

Wie vandaag gedagvaard wordt voor feiten van vorig jaar, riskeert dus in principe ten hoogste 4.000 euro. Het loont de moeite dat uw advocaat nagaat welke regeling voor u de gunstigste is.

Wanneer volgt een rijverbod na een snelheidsovertreding?

  • In de regel verplicht verval van het recht tot sturen, van minstens acht dagen tot vijf jaar, bij een overschrijding met meer dan 40 km/u, of met meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving, een erf of woonerf (artikel 29, § 3 Wegverkeerswet). Spreekt de rechter het verval niet uit, dan moet hij die beslissing motiveren.
  • Mogelijk verval, van acht dagen tot vijf jaar, bij een overschrijding met meer dan 30 tot 40 km/u, of met meer dan 20 tot 30 km/u in de hierboven vermelde zones (artikel 38, § 1, 3°bis Wegverkeerswet).

Het verval van het recht tot sturen is een bijkomende straf. De rechter kan er uitstel voor verlenen (artikel 65 Strafwetboek), maar minstens acht dagen moeten effectief worden uitgevoerd (artikel 41 Wegverkeerswet). Bij verzachtende omstandigheden kan hij ook enkel het verval uitspreken, zonder geldboete of andere hoofdstraf.

Daarnaast kan de procureur des Konings uw rijbewijs bij een snelheidsovertreding van meer dan 30 km/u, of van meer dan 20 km/u in de bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, een erf of woonerf, al vóór de zitting onmiddellijk laten intrekken (artikel 55, § 1, 5° Wegverkeerswet). Dat is geen straf, maar een voorlopige maatregel van in principe 15 dagen. De politierechtbank kan die intrekking op vordering van het openbaar ministerie met ten hoogste drie maanden verlengen (artikel 55bis).

Jonge bestuurders

Bent u nog geen twee jaar houder van een rijbewijs B, dan moet de rechter bij een misdrijf met een motorvoertuig dat tot een verval kan leiden (behalve onder meer een overtreding van de tweede graad) dat verval ook uitspreken. Hij moet bovendien het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van minstens het theoretisch of het praktisch examen (artikel 38, § 5). Een overschrijding die voor een ervaren bestuurder hooguit een mogelijk rijverbod oplevert, leidt voor een jonge bestuurder dus tot een verplicht verval en een examen.

Herhaling weegt zwaar door

Wie kort na een eerdere veroordeling opnieuw voor de politierechter staat, moet rekening houden met een zwaardere straf. Bij herhaling binnen drie jaar voor een van de zwaardere verkeersmisdrijven moet de rechter bovendien een verval van minstens drie maanden uitspreken. Het herstel hangt dan af van de vier herstelexamens: het geneeskundig onderzoek, het psychologisch onderzoek, het theoretisch examen en het praktisch examen (artikel 38, § 6). Bij een tweede herhaling wordt dat verval minstens zes maanden, bij een derde minstens negen maanden.

Verdediging bij een snelheidsovertreding: waar zit de ruimte?

Een vaststelling met een radar of een trajectcontrole lijkt onaantastbaar, maar dat is ze niet. In een goed voorbereid dossier gaan wij systematisch na:

  • Het toestel. Elk bemand of onbemand meettoestel moet gehomologeerd zijn en periodiek geijkt. Wij vragen het ijkings- en homologatieattest op en controleren of de correctiemarge wel degelijk op de gemeten snelheid werd toegepast.
  • De identificatie van de bestuurder. Werd de bestuurder niet geïdentificeerd, dan vermoedt de wet dat de houder van de nummerplaat reed (artikel 67bis). Dat vermoeden is weerlegbaar: u mag met alle middelen bewijzen dat u niet aan het stuur zat. Voor voertuigen op naam van een vennootschap moeten haar vertegenwoordigers binnen vijftien dagen na de verzending van de vraag om inlichtingen meedelen wie reed (artikel 67ter); wie dat nalaat, riskeert een afzonderlijke vervolging (artikel 29ter).
  • De procedure. Werd de dagvaarding tijdig en regelmatig betekend? Is de strafvordering niet verjaard? Klopt de taal van de rechtspleging?
  • De feitelijke context. Een noodsituatie, een aangetoonde overmacht of een onduidelijke signalisatie kan de overtreding in een ander licht plaatsen.

Wat is er haalbaar als de feiten vaststaan?

Ook dan is de zaak niet verloren. De Belgische wet geeft de rechter verschillende manieren om de straf draaglijk te maken:

  • Opschorting van de uitspraak of uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf (artikelen 64 en 65 Strafwetboek), waardoor u geen effectieve veroordeling oploopt; bij uitstel van het rijverbod moeten wel minstens acht dagen effectief worden uitgevoerd (artikel 41 Wegverkeerswet). Voor de opschorting is uw instemming vereist.
  • Een geldboete op maat van uw draagkracht. Bij een precaire financiële toestand kan de rechter onder het wettelijk minimum gaan en betaling in schijven toestaan (artikel 52, § 2 Strafwetboek).
  • Uitvoering van het rijverbod tijdens weekends en feestdagen (artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet), zodat u tijdens de week kunt blijven werken.
  • Beperking van het verval tot bepaalde categorieën van voertuigen (artikel 45). Het verval moet wel minstens slaan op de categorie waarmee de overtreding werd begaan. Een rijverbod dat enkel uw beroepsverplaatsingen ontziet, kent het Belgische recht niet.

Weekendverval en de beperking tot bepaalde voertuigcategorieën zijn uitgesloten wanneer de rechter herstelexamens of een alcoholslot oplegt. Geen van die maatregelen volgt automatisch. Ze moeten gevraagd, gemotiveerd en gestaafd worden: loonfiches, een werkgeversattest, een verklaring over de gezinssituatie of het bewijs van een gevolgde opleiding maken op de zitting het verschil. Meer over deze mildere straffen leest u in een afzonderlijke bijdrage.

Veelgestelde vragen over snelheidsovertredingen

Moet ik een onmiddellijke inning voor een snelheidsovertreding betalen?

U bent daartoe niet verplicht. Betaalt u, dan vervalt de strafvordering in principe en is de zaak afgesloten. Betaalt u niet, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen, een bevel tot betalen sturen of u dagvaarden. Twijfelt u aan de meting of aan wie er reed, laat het dossier dan nakijken vóór u betaalt.

Wanneer verjaart een snelheidsovertreding?

Sinds 1 juli 2026 bedraagt de verjaringstermijn van de strafvordering voor misdrijven van de Wegverkeerswet drie jaar (artikel 68). Voor oudere feiten moet bovendien worden nagegaan of de verjaring niet al was ingetreden vóór die wijziging. Omdat de termijn in bepaalde gevallen geschorst wordt en niet meer loopt zodra de zaak bij de politierechtbank aanhangig is gemaakt (artikelen 23 en 24 Voorafgaande Titel Wetboek van strafvordering), laat u de berekening best door een advocaat maken.

Krijg ik een rijverbod als ik 25 km/u te snel reed in de bebouwde kom?

Dat is mogelijk, maar niet verplicht. In de bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, een erf of woonerf kan de rechter vanaf meer dan 20 km/u te snel een verval uitspreken; vanaf meer dan 30 km/u moet hij dat in de regel doen. Bent u nog geen twee jaar houder van een rijbewijs B, dan is het verval ook bij 25 km/u te snel verplicht, samen met minstens het theoretisch of het praktisch examen.

Moet ik persoonlijk naar de politierechtbank?

In de regel kan uw advocaat u vertegenwoordigen, ook om in te stemmen met een werkstraf (artikel 45 Strafwetboek). De rechter kan wel uw persoonlijke verschijning bevelen. Meer daarover leest u in onze bijdrage over het persoonlijk verschijnen voor de politierechtbank.

Novex Advocaten staat u bij

Novex Advocaten pleit dagelijks voor de politierechtbanken van Brussel, Halle, Vilvoorde, Leuven en Aalst, in het Nederlands en in het Frans. Een consultatie is ook mogelijk in het Engels of in het Arabisch. Bezorg ons uw proces-verbaal of dagvaarding en u krijgt een duidelijk antwoord op de enige twee vragen die echt tellen: wat riskeert u, en wat is er nog aan te doen? Lees ook hoe wij als advocaat bij snelheidsovertredingen te werk gaan.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor