Btw-schulden: afbetalingsplan, betwisting en aansprakelijkheid van bestuurders

Btw-schulden behoren in België tot de meest voorkomende oorzaken van financiële moeilijkheden bij zelfstandigen en vennootschappen. De btw die u van uw klanten ontvangt, is geen omzet maar geld dat u voor de Staat int; wie er zijn liquiditeit mee financiert, bouwt snel een achterstand op. De FOD Financiën beschikt over sterke invorderingsmiddelen. Dit artikel legt uit hoe u een afbetalingsplan vraagt, hoe u een btw-schuld betwist en wanneer een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan worden.

Hoe ontstaan btw-schulden?

Een btw-schuld ontstaat wanneer de verschuldigde btw niet of niet tijdig wordt betaald. Dat kan het gevolg zijn van liquiditeitsproblemen, klanten die niet betalen terwijl de btw op hun facturen al verschuldigd is, boekhoudkundige fouten, een laattijdige aangifte of een controle die tot een regularisatie leidt. Op achterstallige btw zijn bovendien nalatigheidsinteresten en administratieve boeten verschuldigd.

Na een btw-controle

Na een controle legt de administratie haar vaststellingen aan u voor, vaak met een voorstel tot regularisatie dat u kunt ondertekenen. Onderteken niet zonder grondig nazicht: wie tekent, erkent in beginsel de verschuldigde bedragen en verliest een deel van zijn verweer. Bent u het niet eens, laat dat dan gemotiveerd en schriftelijk weten binnen de termijn die de administratie u geeft, en bewaar alle stukken die uw standpunt ondersteunen. Een advocaat of fiscalist kan in deze fase vaak nog veel rechtzetten.

Invordering van btw-schulden: de middelen van de administratie

  • Het dwangbevel: de administratie kan een dwangbevel uitvaardigen, dat een uitvoerbare titel vormt. Ze heeft daarvoor geen vonnis nodig.
  • Beslag: op basis van het dwangbevel kan beslag worden gelegd op uw roerende en onroerende goederen. Voor tegoeden bij derden, zoals uw bank of uw klanten, volstaat vaak een aangetekende brief aan die derde (vereenvoudigd derdenbeslag).
  • Schuldvergelijking: teruggaven waarop u recht hebt, bijvoorbeeld een btw-tegoed of een terugbetaling van inkomstenbelasting, kunnen worden verrekend met uw schuld.
  • Wettelijke hypotheek: de administratie kan een wettelijke hypotheek laten inschrijven op uw onroerende goederen, wat een verkoop of een nieuwe financiering bemoeilijkt.
  • Voorrecht: in een faillissement heeft de fiscus voor btw-schulden een algemeen voorrecht, zodat hij vóór de gewone schuldeisers wordt betaald.

Een afbetalingsplan aanvragen

De invorderingsdiensten van de FOD Financiën staan onder voorwaarden afbetalingsplannen voor btw-schulden toe. Ze verwachten doorgaans dat u de lopende btw correct aangeeft en betaalt, dat u uw financiële toestand documenteert en dat het voorgestelde plan realistisch is. Vraag het plan zo vroeg mogelijk aan, liefst voordat er een dwangbevel of beslag is.

Op een afbetalingsplan bestaat in de regel geen recht: leg daarom een onderbouwd voorstel voor. Een plan dat u niet kunt nakomen, verslechtert uw positie: bij een nieuwe achterstand wordt de invordering meestal hervat. Ook de nalatigheidsinteresten lopen tijdens een afbetalingsplan in beginsel verder.

Een btw-schuld betwisten

Bent u het niet eens met een btw-schuld die de administratie vaststelt, bijvoorbeeld na een controle, dan moet u eerst een administratief beroep instellen als de wet voor die beslissing zo’n beroep organiseert (artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek). Pas daarna kunt u naar de rechtbank van eerste aanleg: ofwel wanneer de administratie binnen zes maanden na ontvangst van uw beroep geen beslissing heeft genomen, ofwel binnen drie maanden na de kennisgeving van haar beslissing, op straffe van verval. Die termijnen zijn strikt; of er voor uw btw-geschil zo’n beroep bestaat, laat u best meteen nakijken.

Daarnaast kunt u een beroep doen op de Fiscale Bemiddelingsdienst, die kan bemiddelen tussen u en de administratie. Een bemiddeling schorst de beroepstermijnen echter niet. Voor administratieve boeten kunt u bovendien om kwijtschelding of vermindering verzoeken, bijvoorbeeld als u te goeder trouw was of als de boete niet in verhouding staat tot de overtreding.

Btw-schulden voorkomen

De beste btw-schuld is die welke nooit ontstaat. Zet de btw die u ontvangt apart op een afzonderlijke rekening, bereken maandelijks wat u verschuldigd zult zijn en gebruik die middelen niet om andere kosten te betalen. Volg uw openstaande klantenfacturen strikt op, want u betaalt de btw vaak al voordat uw klant u heeft betaald. En dien uw aangiften steeds tijdig in, ook als u niet meteen kunt betalen: een laattijdige aangifte levert bijkomende boeten op en maakt een afbetalingsplan moeilijker.

Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor btw-schulden

Bestuurders van een vennootschap kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de btw die de vennootschap niet betaalde, als die niet-betaling te wijten is aan een fout van de bestuurder. Bij herhaalde niet-betaling wordt die fout in beginsel vermoed. Als herhaalde niet-betaling geldt het uitblijven van betaling, binnen een periode van een jaar, van minstens twee opeisbare btw-schulden voor een vennootschap die kwartaalaangiften indient, of van minstens drie voor een vennootschap die maandaangiften indient (artikel 93undecies C Btw-Wetboek).

Dat vermoeden geldt niet als de niet-betaling voortvloeit uit financiële moeilijkheden die tot een gerechtelijke reorganisatie, een faillissement of een gerechtelijke ontbinding hebben geleid; de administratie moet dan zelf een fout bewijzen. Voordat de administratie een bestuurder voor de rechtbank aanspreekt, moet ze hem bij aangetekende brief verwittigen en hem de kans geven de tekortkoming te verhelpen of aan te tonen dat ze niet aan zijn fout te wijten is: de vordering is pas ontvankelijk als ze wordt ingesteld na het verstrijken van een maand na die verwittiging. Een gelijkaardige regeling geldt voor de bedrijfsvoorheffing.

Het is dus niet de laattijdige aangifte als zodanig, maar de herhaalde niet-betaling die het vermoeden van fout doet ontstaan. Tijdig reageren op een verwittiging en tijdig overleg met de administratie blijven daarom essentieel.

RSZ-schulden

Ook achterstallige sociale bijdragen vormen een groot risico. De RSZ beschikt over eigen invorderingsmiddelen en heeft in een faillissement eveneens een algemeen voorrecht. Bestuurders kunnen in bepaalde gevallen hoofdelijk aansprakelijk worden verklaard, onder meer als zij in de vijf jaar vóór het faillissement betrokken waren bij minstens twee andere faillissementen of vereffeningen van ondernemingen met onbetaalde sociale bijdragen (artikel XX.226 Wetboek van economisch recht).

Veelgestelde vragen

Kan ik de btw op onbetaalde facturen van klanten terugvragen?

Onder voorwaarden wel. Blijft een factuur geheel of gedeeltelijk onbetaald en staat vast dat de vordering verloren is, dan kunt u de btw daarop terugvragen (artikel 77, § 1, 7° Btw-Wetboek). Bij een faillissement van uw klant ontstaat dat recht op de datum van het faillissementsvonnis; bij een gerechtelijke reorganisatie in de regel op de datum van de homologatie van het plan of van het vonnis dat het minnelijk akkoord vaststelt. Een boeking als dubieuze debiteur volstaat op zich niet, en een kwijtschelding buiten die procedures beschouwt de administratie in beginsel als vrijwillige afstand. Stem dit af met uw boekhouder.

Kan de fiscus beslag leggen op mijn persoonlijk inkomen?

Bent u zelf de btw-plichtige, zoals bij een eenmanszaak, dan kan de fiscus ook op uw persoonlijk vermogen beslag leggen, al blijven bepaalde inkomsten en goederen binnen de wettelijke grenzen onbeslagbaar. Voor de schulden van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, zoals een BV of NV, kan de fiscus uw persoonlijk vermogen pas aanspreken als u als bestuurder aansprakelijk wordt gesteld. Vennoten van een VOF en beherende vennoten van een CommV zijn wel onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap.

Wat doe ik als ik een dwangbevel of beslag ontvang?

Reageer onmiddellijk: vaak kan nog een afbetalingsplan worden afgesproken. Betwistingen over de tenuitvoerlegging, zoals een onregelmatig beslag, horen in de regel bij de beslagrechter. De btw-schuld zelf betwist u via de procedure die hierboven is beschreven. Meer over uw verweer leest u in ons artikel over beslag.

Blijf ik aansprakelijk nadat ik als bestuurder ontslag heb genomen?

Een ontslag wist de aansprakelijkheid voor fouten tijdens uw mandaat niet uit. Ook gewezen bestuurders kunnen worden aangesproken voor btw die de vennootschap niet betaalde terwijl zij in functie waren. Laat uw ontslag bovendien tijdig publiceren in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, zodat het tegenwerpelijk is aan derden.

Wat als mijn onderneming de btw-schulden niet meer kan dragen?

Dan moet u verder kijken dan een afbetalingsplan: een minnelijk akkoord, een gerechtelijke reorganisatie of, als de onderneming niet meer levensvatbaar is, een tijdige aangifte van faillissement. Die aangifte moet gebeuren binnen een maand na de staking van betaling. Wie te lang wacht, loopt als bestuurder bijkomende risico’s.

Novex Advocaten staat u bij

Wij adviseren ondernemers en bestuurders bij btw- en RSZ-schulden, onderhandelen over afbetalingsplannen, voeren betwistingen en verdedigen bestuurders die persoonlijk worden aangesproken. Lees ook ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement en over de gerechtelijke reorganisatie.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be voor een vertrouwelijke analyse.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026. Meer over het kantoor