Het belangrijkste recht van de gefailleerde natuurlijke persoon is ook het minst gekende: de kwijtschelding van de restschulden. Die kwijtschelding na faillissement bevrijdt u van de schulden die na de vereffening van het faillissement overblijven, zodat u opnieuw kunt ondernemen, werken en opbouwen zonder de last van het verleden. Sinds 2023 zijn de regels ingrijpend gewijzigd. Dit artikel legt uit hoe de kwijtschelding vandaag werkt, wanneer ze kan worden geweigerd en wat u zelf kunt doen om ze veilig te stellen.
Wie komt in aanmerking voor kwijtschelding?
Alleen natuurlijke personen die zelf failliet werden verklaard, zoals de zelfstandige met een eenmanszaak of de vrije beroeper. Een failliete vennootschap met rechtspersoonlijkheid houdt op te bestaan bij de sluiting van het faillissement; voor haar speelt de kwijtschelding niet. Meer over dat onderscheid leest u in ons artikel over het faillissement van een eenmanszaak versus een vennootschap.
De bestuurder van een failliete vennootschap wordt niet automatisch mee failliet verklaard. Hij kan wel persoonlijk aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld via een borgstelling of een aansprakelijkheidsvordering tegen de bestuurder. Tegen zulke persoonlijke aanspraken beschermt het faillissement van de vennootschap hem niet.
Kwijtschelding na faillissement sinds 1 september 2023: geen verzoek meer nodig
De wet van 7 juni 2023, die de Europese herstructureringsrichtlijn (EU) 2019/1023 omzette, heeft het stelsel vereenvoudigd. Voor faillissementen die sinds 1 september 2023 zijn geopend, moet de gefailleerde geen afzonderlijk verzoek tot kwijtschelding meer indienen. De kwijtschelding wordt in beginsel automatisch verleend bij de sluiting van het faillissement (artikel XX.173 Wetboek van economisch recht). De regel is dus dat de gefailleerde natuurlijke persoon wordt bevrijd van zijn restschulden; de weigering is de uitzondering.
Werd het faillissement vóór 1 september 2023 geopend, dan gelden in beginsel de vroegere regels, waarbij de gefailleerde de kwijtschelding binnen een bepaalde termijn moest aanvragen. Laat in dat geval nagaan wat de stand van uw dossier is.
Kan de kwijtschelding worden geweigerd?
Ja, geheel of gedeeltelijk, maar alleen op beperkte gronden. Elke belanghebbende, met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie, kan de ondernemingsrechtbank bij verzoekschrift vragen de kwijtschelding te weigeren wanneer de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement. Denk aan:
- het bewust wegmaken of verbergen van activa;
- ernstige fraude tegenover schuldeisers of de overheid;
- het voortzetten van een reddeloze activiteit op kosten van de schuldeisers.
Ook bewust onjuiste inlichtingen aan de rechter-commissaris of de curator kunnen uw kwijtschelding in gevaar brengen. Het verzoek tot weigering moet worden ingediend binnen drie jaar na het verstrijken van de termijn van één jaar, te rekenen vanaf het faillissementsvonnis, voor een laattijdige aangifte van schuldvorderingen. Economische tegenslag, een verkeerde commerciële inschatting of de wanbetaling van een grote klant zijn op zich geen kennelijk grove fouten. In zo’n procedure verdedigen wij uw dossier met cijfers en context.
Welke schulden vallen buiten de kwijtschelding?
De kwijtschelding is ruim, maar niet onbeperkt. Ze heeft geen gevolgen voor:
- onderhoudsschulden, zoals onderhoudsbijdragen voor kinderen of een onderhoudsuitkering aan een ex-partner;
- schulden uit de verplichting om schade te herstellen die verbonden is aan het overlijden of de aantasting van de fysieke integriteit van een persoon, die de gefailleerde door zijn fout heeft veroorzaakt.
Strafrechtelijke geldboeten en verbeurdverklaringen vallen niet onder de kwijtschelding: volgens het Hof van Cassatie kan alleen de Koning straffen kwijtschelden (Cass. 29 maart 2024). Voor het overige worden in beginsel alle restschulden kwijtgescholden: leverancierskredieten, bankschulden, sociale en fiscale schulden.
Zakelijke zekerheden, zoals een hypotheek op een goed van de gefailleerde, worden in de regel al tijdens de vereffening te gelde gemaakt. De schuldeiser wordt dan bij voorrang betaald uit de opbrengst van het bezwaarde goed. Wat daarna nog openstaat, is in beginsel een gewone restschuld.
Bescherming van uw partner en van de kosteloze borg
De echtgenoot of wettelijk samenwonende die persoonlijk verbonden is voor een schuld die de gefailleerde tijdens het huwelijk of de wettelijke samenwoning aanging, wordt als gevolg van de kwijtschelding eveneens van die schuld bevrijd. Dat geldt ook voor een gewezen echtgenoot of gewezen wettelijk samenwonende.
Een consument die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld voor de gefailleerde, bijvoorbeeld een familielid dat borg stond zonder er zelf voordeel uit te halen, kan de rechtbank vragen hem geheel of gedeeltelijk te bevrijden. Dat kan wanneer zijn verbintenis kennelijk niet in verhouding staat tot zijn inkomsten en zijn vermogen.
Wat met uw borgstellers en medeschuldenaars?
De kwijtschelding bevrijdt de gefailleerde zelf. Wie samen met hem voor een schuld verbonden is of zich borg stelde, blijft in beginsel gehouden, behalve in de hierboven besproken gevallen van de partner en de kosteloze zekerheidssteller. Een bank die een borgstelling kreeg van een vriend of een familielid, kan die borg dus nog aanspreken, tenzij hij met succes om bevrijding verzoekt.
Ga daarom na wie voor uw schulden instaat en of die persoon een beroep kan doen op de bescherming van de kosteloze zekerheidssteller. Laat dat tijdig nakijken, zodat de zekerheidssteller zijn verzoek correct kan indienen.
Wat u na het faillissement verdient, blijft van u
Goederen en inkomsten die u na het faillissementsvonnis verwerft, vallen in beginsel buiten de boedel. De kwijtschelding en die regel vormen samen de basis van uw tweede kans: u kunt meteen opnieuw aan de slag, zonder dat nieuwe inkomsten naar oude schuldeisers gaan.
Die nieuwe goederen en inkomsten dienen dus in beginsel niet om de schulden van vóór het faillissement af te betalen, met uitzondering van de hierboven vermelde uitgesloten schulden, zoals onderhoudsschulden. Een vlotte medewerking met de curator bevordert een snelle afwikkeling van het faillissement, en dus ook uw eigen herstart.
Veelgestelde vragen
Moet ik iets doen om de kwijtschelding te verkrijgen?
Voor een faillissement geopend sinds 1 september 2023 is geen afzonderlijk verzoek meer nodig. Uw loyale medewerking met de curator blijft wel essentieel: bewust onjuiste inlichtingen kunnen uw kwijtschelding in gevaar brengen.
Vallen ook mijn privéschulden onder de kwijtschelding?
Ja. Bij een natuurlijke persoon omvat het faillissement, op enkele uitzonderingen na, het hele vermogen. De kwijtschelding geldt in beginsel voor alle restschulden, zowel beroepsmatige als private, met uitzondering van de hierboven vermelde schulden.
Ik ben geen ondernemer. Kan ik ook een kwijtschelding krijgen?
Niet via een faillissement. Een particulier met overmatige schulden kan wel een collectieve schuldenregeling aanvragen bij de arbeidsrechtbank. Wie een zelfstandige activiteit heeft stopgezet, moet daarvoor in beginsel eerst zes maanden wachten, en na een faillissement gelden bijzondere regels. Laat uw situatie daarom nagaan.
Wat als de kwijtschelding gedeeltelijk wordt geweigerd?
Tegen de beslissing staan rechtsmiddelen open, binnen korte termijnen. Laat de beslissing daarom onmiddellijk beoordelen. Een gedeeltelijke weigering laat de kwijtschelding voor het overige bestaan.
Kan ik na een faillissement opnieuw een onderneming starten?
In beginsel wel. Een faillissement op zich verbiedt u niet om opnieuw te ondernemen, tenzij een rechter u een beroepsverbod oplegt. Bereid uw nieuwe start wel zorgvuldig voor, met een realistisch financieel plan.
Novex Advocaten staat u bij
Wij begeleiden gefailleerden tijdens het faillissement en verdedigen hun kwijtschelding tegen een vordering tot weigering. Ook partners en borgen die na een faillissement worden aangesproken, kunnen bij ons terecht. Lees ook ons artikel over wat er gebeurt na het faillissementsvonnis en over herstarten na een faillissement.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Meer over onze aanpak: advocaat ondernemingsrecht en invorderingen in Brussel.
Bronnen
- Wetboek van vennootschappen en verenigingen, geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wetboek van economisch recht, geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de ondernemingsrechtbank (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 11 oktober 2026. Meer over het kantoor