Laster, eerroof en belediging: wat zegt het nieuwe Strafwetboek?

Een valse beschuldiging in een Facebookgroep, een reeks vernietigende Google-reviews, een rondgestuurd bericht dat uw eer aantast: reputatieschade ontstaat vandaag in enkele minuten en verspreidt zich snel. Bij laster en eerroof biedt het Belgische recht slachtoffers zowel een strafrechtelijke als een burgerrechtelijke weg. Omgekeerd heeft wie van laster wordt beschuldigd, sterke verweermiddelen, want de vrijheid van meningsuiting weegt zwaar. Dit artikel legt uit wat het nieuwe Strafwetboek sinds 1 september 2026 bepaalt en hoe u best reageert.

Wat is laster volgens het nieuwe Strafwetboek?

Laster is het in het openbaar en met kwaadwillig opzet aan een persoon ten laste leggen van een bepaald feit dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen (artikel 240 Strafwetboek). Drie elementen staan centraal.

  • Een bepaald feit. Het gaat om een concrete bewering die kan worden nagegaan, zoals “hij heeft geld uit de kas gestolen”. Een loutere mening of een waardeoordeel is geen laster, al kan het wel een belediging zijn.
  • In het openbaar. Daaronder valt veel meer dan een krantenartikel: openbare bijeenkomsten en plaatsen, maar ook geschriften die worden verspreid of aan verscheidene personen worden toegestuurd of meegedeeld (artikel 79, 22° Strafwetboek). Een bericht in een groepschat of een publiek bericht op sociale media kan dus volstaan.
  • Kwaadwillig opzet. De dader moet hebben gehandeld met het opzet om te schaden. Een onhandige of slecht geïnformeerde uitlating is daarom niet automatisch strafbaar, al kan ze burgerrechtelijk wel een fout zijn.

Welke straf riskeert u voor laster?

Laster wordt bestraft met een straf van niveau 1. Dat betekent geen gevangenisstraf, maar één van de volgende straffen: een geldboete van 200 tot 20.000 euro (te verhogen met de opdeciemen), een werkstraf van 20 tot 120 uur, een probatiestraf, een verbeurdverklaring of een veroordeling bij schuldigverklaring (artikel 36 Strafwetboek).

De rechter houdt als verzwarende factor rekening met het feit dat het slachtoffer minderjarig is of zich in een kwetsbare toestand bevindt (artikel 245). Omgekeerd blijven de opschorting van de uitspraak en het uitstel mogelijk (artikelen 64 en 65 Strafwetboek). Daarnaast kan de strafrechter de dader veroordelen tot schadevergoeding aan het slachtoffer dat zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Het verweer: het feit aannemelijk maken

Er is geen laster wanneer de beklaagde met elk middel geloofwaardig maakt dat het ten laste gelegde feit aannemelijk is. Dat verweer is niet mogelijk wanneer de bewering werd gedaan met het oogmerk om te schaden, zonder enige reden van openbaar of privaat belang (artikel 240, derde lid). Wie dus een waar of aannemelijk feit meldt om een legitiem belang te dienen, bijvoorbeeld om anderen te waarschuwen, staat sterk. Wie een waar feit enkel verspreidt om iemand te kwetsen, staat dat niet.

Is het ten laste gelegde feit zelf het voorwerp van een strafvervolging of een aangifte, dan wordt de zaak wegens laster geschorst tot daarover een definitieve beslissing is genomen (artikel 241).

Belediging, smaad en lasterlijke aangifte

  • Belediging is het met kwaadwillig opzet en met welk middel ook in het openbaar beledigen van een bepaald persoon, zonder dat een concreet feit wordt aangewreven (artikel 244). Straf van niveau 1.
  • Smaad is het smaden, met het oogmerk hem belachelijk te maken, van een beschermde persoon, zoals een magistraat, een parlementslid of een persoon met een openbare functie, naar aanleiding van de uitoefening van die functie (artikel 247). Straf van niveau 1.
  • Lasterlijke aangifte is het met kwaadwillig opzet schriftelijk indienen van een lasterlijke aangifte bij de overheid (artikel 242). Straf van niveau 1.

Laster en eerroof: van het oude naar het nieuwe Strafwetboek

Het oude Strafwetboek maakte nog een onderscheid tussen laster en eerroof, naargelang het bewijs van het ten laste gelegde feit wettelijk toegelaten was of niet (artikel 443 oud Strafwetboek). Beide werden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een geldboete (artikel 444 oud Strafwetboek). Het nieuwe Wetboek spreekt enkel nog van laster en voorziet daarvoor geen gevangenisstraf meer.

Voor uitlatingen van vóór 1 september 2026 geldt de regeling van dat moment, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). De rechter vergelijkt dan beide regelingen voor het concrete geval.

Uitspraken voor de rechtbank

Woorden die voor een rechtbank worden gesproken en geschriften die aan een rechtbank worden overgelegd, geven geen aanleiding tot strafvervolging, voor zover ze betrekking hebben op de zaak of de partijen (artikel 246). Wat daaraan vreemd is, valt niet onder die bescherming.

Online laster: een drukpersmisdrijf?

Wanneer een strafbare mening wordt geuit in een verspreide geschreven tekst, ook online, kan het om een drukpersmisdrijf gaan. De Grondwet kent die zaken toe aan het hof van assisen, behalve wanneer de uitlating door racisme of xenofobie is ingegeven (artikel 150 Grondwet). Omdat een assisenproces voor zulke feiten in de praktijk zelden wordt georganiseerd, is de burgerlijke weg voor online laster vaak de meest doeltreffende.

De burgerlijke weg: schadevergoeding en verwijdering

Wie door een fout schade lijdt, kan vergoeding vorderen (artikel 6.5 Burgerlijk Wetboek voor feiten vanaf 1 januari 2025; voor oudere feiten artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek). Een lasterlijke of beledigende uitlating is zo’n fout, maar ook een onzorgvuldige bewering zonder kwaadwillig opzet kan dat zijn. U kunt vergoeding vragen voor de morele schade en, als u die bewijst, voor de materiële schade, bijvoorbeeld verloren klanten.

In dringende gevallen kan de voorzitter van de rechtbank in kort geding bevelen om een concreet onrechtmatig bericht te verwijderen. Rechters zijn wel terughoudend met algemene, preventieve verboden, omdat de vrijheid van meningsuiting beschermd is door de Grondwet (artikelen 19 en 25) en door artikel 10 EVRM.

Daarnaast bestaat het recht van antwoord, waarmee u uw weerwoord kunt laten opnemen in het medium dat de bewering publiceerde (wet van 23 juni 1961), en het recht om zoekmachines te vragen bepaalde resultaten te verwijderen (artikel 17 AVG).

Wat doet u als slachtoffer van laster?

  1. Leg bewijs vast. Maak schermafbeeldingen met de URL, de datum en het tijdstip, en bewaar de volledige berichten. Bij belangrijke dossiers kan een gerechtsdeurwaarder een vaststelling doen.
  2. Reageer niet publiek in het vuur van het moment. Een emotionele reactie kan zelf een belediging worden.
  3. Vraag verwijdering aan het platform. Sinds de Digital Services Act (Verordening (EU) 2022/2065) moeten online platformen een meldingsprocedure voor illegale inhoud aanbieden, en voor reviews gelden bovendien eigen beleidsregels.
  4. Laat u adviseren over de juridische weg. Een ingebrekestelling, een klacht bij de politie of het parket, een burgerlijke partijstelling of een burgerlijke procedure: welke weg het meest oplevert, hangt af van de dader, het medium en uw doel.

Wat doet u als beklaagde?

Het verweer steunt vaak op het onderscheid tussen feit en mening, op het ontbreken van kwaadwillig opzet, op het ontbreken van openbaarheid of op de aannemelijkheid van wat werd gezegd, in combinatie met een legitiem belang. Ook de context telt: een politiek debat, een klacht over een dienstverlening of een waarschuwing aan andere consumenten krijgt meer ruimte dan een persoonlijke afrekening.

Wordt u uitgenodigd voor een verhoor, bereid dat dan grondig voor en lees onze bijdrage over uw rechten bij een politieverhoor. Voor het verloop van de procedure verwijzen wij naar onze bijdrage over de rechten van de verdachte in een strafzaak.

Veelgestelde vragen

Is een negatieve Google-review laster?

Een eerlijke, negatieve mening over een dienst of product is in de regel geen laster. Anders wordt het wanneer de review concrete feiten beweert die onwaar zijn en de eer van iemand aantasten, bijvoorbeeld een beschuldiging van fraude. Dan kunnen zowel de strafrechtelijke als de burgerlijke weg openstaan.

Is een bericht in een WhatsApp-groep “in het openbaar”?

Dat kan. Geschriften die aan verscheidene personen worden toegestuurd of meegedeeld, vallen onder het wettelijke begrip “in het openbaar”. Een privébericht aan één persoon valt daar in de regel niet onder.

Kan ik een gevangenisstraf krijgen voor laster?

Voor feiten vanaf 1 september 2026 niet: laster, belediging, smaad en lasterlijke aangifte zijn misdrijven van niveau 1, waarvoor de wet geen gevangenisstraf voorziet. Voor oudere feiten voorzag het oude Strafwetboek wel een gevangenisstraf, maar ook dan kan de gunstigere nieuwe regeling spelen. Daarnaast riskeert u steeds een veroordeling tot schadevergoeding.

Kan ik schadevergoeding vragen zonder strafklacht?

Ja. U kunt de dader rechtstreeks voor de burgerlijke rechter dagvaarden op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid. Die weg staat ook open wanneer het parket niet vervolgt. Voor een burgerlijke fout is bovendien geen kwaadwillig opzet vereist.

Wat als ik de dader rechtstreeks dagvaard en hij wordt vrijgesproken?

Dan kan de vrijgesproken beklaagde van u een rechtsplegingsvergoeding vorderen (artikel 162bis Wetboek van strafvordering). Een rechtstreekse dagvaarding voor de strafrechter vraagt dus vooraf een grondige inschatting van het bewijs.

Novex Advocaten staat u bij

Wij staan zowel slachtoffers van laster en belediging bij als personen die ervan worden beschuldigd: van de bewijsvergaring en de ingebrekestelling tot de procedure voor de strafrechter of de burgerlijke rechter, in het Nederlands en in het Frans. Het gesprek kan ook in het Engels of in het Arabisch verlopen. Uw rechtsbijstandsverzekering dekt mogelijk een deel van de kosten.

Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.

Bronnen

Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 4 oktober 2026. Meer over het kantoor