U hebt een dagvaarding voor de correctionele rechtbank ontvangen, betekend door een gerechtsdeurwaarder, of de politie heeft u een oproeping bij proces-verbaal overhandigd. Het openbaar ministerie vervolgt u voor een misdrijf, bijvoorbeeld diefstal, slagen en verwondingen, oplichting of een drugsfeit. De inzet is groot: een geldboete, een strafblad en in bepaalde gevallen een gevangenisstraf. Tussen de dagvaarding en het vonnis ligt echter een traject waarin een goede verdediging veel kan bijsturen.
Dit artikel legt uit hoe de procedure voor de correctionele rechtbank verloopt, welke rechten u hebt en wat u best meteen doet. Het houdt rekening met het nieuwe Strafwetboek, dat van toepassing is sinds 1 september 2026.
Hoe komt een zaak bij de correctionele rechtbank?
Een zaak kan op verschillende manieren bij de correctionele rechtbank terechtkomen:
- Rechtstreekse dagvaarding door de procureur des Konings. Het parket laat u rechtstreeks dagvaarden, meestal na een opsporingsonderzoek onder zijn leiding (artikel 182 Wetboek van strafvordering).
- Verwijzing door de raadkamer. Na een gerechtelijk onderzoek door een onderzoeksrechter verwijst de raadkamer, of in hoger beroep de kamer van inbeschuldigingstelling, de zaak naar de correctionele rechtbank.
- Oproeping bij proces-verbaal. Op vraag van het parket overhandigt de politie u een proces-verbaal waarin u wordt opgeroepen om op een bepaalde datum te verschijnen (artikel 216quater Wetboek van strafvordering).
- Rechtstreekse dagvaarding door de burgerlijke partij. Ook het slachtoffer kan u zelf rechtstreeks laten dagvaarden, maar sinds 1 september 2026 alleen voor misdrijven waarop een straf van niveau 1, 2 of 3 staat (artikel 182 Wetboek van strafvordering, zoals gewijzigd bij de wet van 11 maart 2026).
Ook na de dagvaarding kan het parket in bepaalde gevallen nog een minnelijke schikking voorstellen. Uw advocaat gaat na of die piste in uw dossier openstaat.
Wat staat er in de dagvaarding voor de correctionele rechtbank?
De dagvaarding vermeldt de feiten die u ten laste worden gelegd, de wetsbepalingen die volgens het parket geschonden zijn, de bevoegde rechtbank en de datum en het uur van de zitting. Lees ze zorgvuldig: de omschrijving van de feiten bepaalt waarover de rechter zal oordelen.
Tussen de dagvaarding en de zitting moeten ten minste tien dagen liggen. Wordt die termijn niet gerespecteerd, dan kan een veroordeling bij verstek nietig zijn. Die nietigheid moet wel worden ingeroepen op de eerste zitting, vóór elk ander verweer (artikel 184). Woont u in het buitenland, lees dan ook wat een dagvaarding in België voor u betekent.
Het strafdossier inzien
Na de dagvaarding ligt het strafdossier ter inzage op de griffie. Uw advocaat kan het raadplegen en kopiëren. Daarin zit alles waarop de vervolging steunt: processen-verbaal, verhoren, getuigenverklaringen, camerabeelden, deskundigenverslagen en eventueel telefonieanalyses.
De verdediging begint bij een grondige lectuur. Wat staat er echt in het dossier, wat ontbreekt, en waar spreken de verklaringen elkaar tegen? Soms is het nuttig de rechtbank te vragen een getuige te horen of bijkomende onderzoekshandelingen te bevelen.
De eerste zitting voor de correctionele rechtbank
Op de inleidingszitting wordt de zaak zelden meteen gepleit. Meestal legt de rechtbank een kalender vast voor het neerleggen van conclusies en bepaalt ze een datum voor de pleidooien. U kunt zich laten vertegenwoordigen door een advocaat.
De rechtbank kan uw persoonlijke verschijning bevelen, en daartegen staat geen rechtsmiddel open (artikel 185). Ook wanneer vertegenwoordiging volstaat, is uw aanwezigheid soms strategisch beter: een rechter die u ziet en hoort, krijgt een vollediger beeld.
Spreekt u beter Frans dan Nederlands, of omgekeerd, dan kan in bepaalde gevallen een taalwijziging worden gevraagd. Begrijpt u de taal van de procedure niet, dan hebt u recht op de bijstand van een tolk. Lees meer over de taalwijziging.
Het nieuwe Strafwetboek: strafniveaus sinds 1 september 2026
Sinds 1 september 2026 werkt het Strafwetboek met acht strafniveaus (artikel 36 Strafwetboek). Veel misdrijven die vroeger correctioneel werden bestraft, vallen nu onder niveau 1 of 2. Het niveau bepaalt welke straffen de rechter kan opleggen.
- Niveau 1 omvat geen gevangenisstraf. De rechter legt een van de volgende straffen op: een geldboete, een werkstraf van 20 tot 120 uur, een probatiestraf van zes tot twaalf maanden, een verbeurdverklaring of een veroordeling bij schuldigverklaring.
- Niveau 2 kan een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar zijn, maar ook een straf onder elektronisch toezicht van één maand tot één jaar, een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur, een probatiestraf van meer dan twaalf tot vierentwintig maanden of een veroordeling bij schuldigverklaring. Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter een straf van niveau 1 opleggen.
- Niveau 3 is een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar.
Voor feiten van vóór 1 september 2026 geldt de wet van het moment van de feiten, tenzij de nieuwe regeling gunstiger is (artikel 2 Strafwetboek). Die vergelijking moet in elk dossier uitdrukkelijk worden gemaakt, want het resultaat verschilt van misdrijf tot misdrijf. Voor verkeersmisdrijven leest u meer in ons overzicht van het nieuwe Strafwetboek in het verkeer.
Uw verdedigingslijnen
- De procedure. Werden uw rechten bij het politieverhoor gerespecteerd? Was een huiszoeking of een telefoononderzoek regelmatig? Onrechtmatig verkregen bewijs wordt enkel uitgesloten wanneer een vormvoorschrift op straffe van nietigheid werd geschonden, de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of het gebruik ervan het recht op een eerlijk proces in het gedrang brengt (artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van strafvordering).
- De schuldvraag. Het openbaar ministerie moet bewijzen dat u de feiten hebt gepleegd, met het vereiste moreel bestanddeel, zoals opzet. Blijft er redelijke twijfel, dan speelt die in uw voordeel en volgt vrijspraak.
- De kwalificatie. Het verschil tussen bijvoorbeeld een eenvoudige diefstal en een diefstal met verzwarende omstandigheden, of tussen een integriteitsaantasting van de eerste en de tweede graad, bepaalt het strafniveau.
- De redelijke termijn. Heeft de zaak te lang geduurd, dan kan de rechter zich beperken tot een veroordeling bij schuldigverklaring of een straf opleggen die lager is dan de wettelijke minimumstraf (artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van strafvordering).
- De strafmaat. Ondergeschikt vraagt de verdediging een zo mild mogelijke afloop: opschorting van de uitspraak, een veroordeling bij schuldigverklaring (artikel 51 Strafwetboek), uitstel, een werkstraf of een probatiestraf in plaats van een gevangenisstraf.
Opschorting, uitstel, werkstraf en geldboete
De rechter kan met uw instemming de uitspraak van de veroordeling opschorten bij misdrijven van niveau 1 tot 6 (artikel 64 Strafwetboek). Hij legt dan een proeftijd op van één tot vijf jaar. Uitstel is mogelijk voor straffen die niveau 3 niet te boven gaan, ook voor bijkomende straffen, maar niet voor een werkstraf, een probatiestraf of een straf onder elektronisch toezicht (artikel 65).
Een werkstraf veronderstelt uw instemming, in persoon of via uw advocaat (artikel 45). Bij een geldboete houdt de rechter rekening met uw financiële draagkracht. Verkeert u in een precaire toestand, dan kan de boete lager uitvallen dan het wettelijke minimum en kan betaling in schijven worden toegestaan (artikel 52 § 2).
Een goed voorbereid dossier over uw persoonlijke situatie, zoals werk, opleiding, gezin, een begeleiding of een schaderegeling, maakt die maatregelen realistischer. Opschorting en uitstel worden niet automatisch toegekend: u onderbouwt ze best met stukken.
De burgerlijke partij en de schadevergoeding
Het slachtoffer kan zich burgerlijke partij stellen en schadevergoeding vorderen. Dat luik verdient evenveel aandacht als het strafluik: de fout, het oorzakelijk verband en de begroting van de schade kunnen betwist worden. Een regeling met het slachtoffer vóór de zitting weegt bovendien vaak gunstig door in de strafmaat.
Na het vonnis: verzet en hoger beroep
Werd u bij verstek veroordeeld, dan kunt u verzet aantekenen binnen vijftien dagen na de betekening van het vonnis (artikel 187). Verzet is wel aan voorwaarden gebonden. Had u kennis van de dagvaarding en voert u geen overmacht of wettige reden van verschoning aan voor uw afwezigheid, dan kan de rechter het verzet als ongedaan beschouwen (artikel 187 § 6).
Tegen een vonnis staat hoger beroep open bij het hof van beroep, binnen dertig dagen na de uitspraak of, bij een verstekvonnis, binnen dertig dagen na de betekening (artikel 203). Binnen de beroepstermijn moet u bovendien, op straffe van verval, uw grieven nauwkeurig opgeven in een verzoekschrift, in de praktijk het grievenformulier (artikel 204). Die termijnen zijn strikt.
Veelgestelde vragen
Ik kan niet naar de zitting komen. Wat nu?
Uw advocaat kan u vertegenwoordigen, tenzij de rechtbank uw persoonlijke verschijning beveelt. Laat de zitting nooit zomaar voorbijgaan: dan riskeert u een veroordeling bij verstek, zonder dat uw verweer wordt gehoord.
Moet ik een advocaat nemen voor de correctionele rechtbank?
Dat is niet verplicht: u mag zelf verschijnen en uzelf verdedigen. Gezien de inzet, een strafblad en mogelijk een gevangenisstraf, is dat zelden verstandig. Hebt u een beperkt inkomen, dan kunt u bij het Bureau voor Juridische Bijstand juridische tweedelijnsbijstand aanvragen: de advocaat is dan gedeeltelijk of volledig kosteloos.
Wat betekent een opschorting voor mijn strafblad?
Bij een opschorting stelt de rechter vast dat de feiten bewezen zijn, maar spreekt hij geen veroordeling uit. De beslissing staat niet op het gewone uittreksel uit het strafregister en wordt, tenzij ze wordt herroepen, ten vroegste na afloop van de proeftijd uitgewist (artikelen 595 en 619 Wetboek van strafvordering). Lees meer over uw strafblad.
Krijg ik mijn advocatenkosten terug als ik word vrijgesproken?
Niet van de Staat: die betaalt in strafzaken geen rechtsplegingsvergoeding. Een burgerlijke partij die u rechtstreeks heeft gedagvaard en in het ongelijk wordt gesteld, kan wel worden veroordeeld om u een rechtsplegingsvergoeding te betalen (artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van strafvordering). Lees meer over de rechtsplegingsvergoeding.
Advocaat voor de correctionele rechtbank: Novex Advocaten staat u bij
Wacht niet tot de zitting: hoe vroeger de verdediging het dossier kent, hoe meer er mogelijk is. Wij pleiten voor de correctionele rechtbanken in het Nederlands en in het Frans, en bereiden elk dossier grondig voor. Mr. Mohamed Asfour staat u ook bij in het Engels en het Arabisch.
Bel 0484 99 22 72 of mail asfour@novexadvocaten.be.
Meer over onze aanpak: advocaat strafrecht in Brussel.
Bronnen
- Wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek, Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Wetboek van Strafvordering, geconsolideerde tekst op Justel (geraadpleegd op 24 september 2026)
- Hoven en Rechtbanken: de rechtbank van eerste aanleg (geraadpleegd op 24 september 2026)
Geschreven door Mr. Mohamed Asfour, advocaat te Brussel (Novex Advocaten). Laatst bijgewerkt: 8 oktober 2026. Meer over het kantoor